Het panel bestond uit de twee CIO’s en een CTO. Christopher Rence is CIO bij automatiseerder FICO. Het bedrijf van Rence combineert advies met analyse en ontwikkelt applicaties voor bedrijven om processen te stroomlijnen en te verbeteren. “We zijn in 3,5 jaar tijd van 24 verschillende locaties naar 4 gegaan. Ook hadden we 5000 servers, dat zijn er nu nog maar 2500. Gemiddeld draaien bij ons 30 virtuele servers op 1 fysiek apparaat. Alle verouderde apparatuur hebben we kunnen dumpen nu we VMware draaien. Bovendien zijn onze kosten drastisch afgenomen toen we met lichtsnelheid virtualisatie in onze bedrijfsstructuur implementeerden.”

Debbie Karcher is CIO van een openbare scholengemeenschap in de deelstaat van Miami-Dade. Ze is verantwoordelijk voor de IT-services van meer dan 400 scholen met meer dan 340.000 leerlingen en was de drijvende kracht achter verschillende webportalen voor leerlingen, docenten, ouders en de gemeenschap. Het bijzondere achter haar virtualisatiemethodiek is dat zij voor alle 400.000 betrokkenen elke applicatie van de school (zoals Exchange en Sharepoint) gevirtualiseerd heeft.

Tot slot deed Michael Diamant van MoreDirect mee aan de discussie. Hij is CTO van het bedrijf, dat gespecialiseerd in eProcurement . Diamant heeft zich ingezet voor het implementeren van b2b en ERP-systemen zoals Ariba, SAP en Oracle. “De uitdaging hierin was met virtualisatie de systemen ook goed samen te laten werken.”

Strubbelingen

In de door Jonathan Eunice (IT-adviseur voor onderzoeksbureau Illuminata geleide discussie ging het voornamelijk over het volledig benutten van de mogelijkheden die virtualisatie biedt. Hoewel alle panelleden het eens waren over de voordelen van virtualisatie, zoals een einde aan de ongebreidelde toename van het aantal servers en energiebesparing, had de ene professional meer moeite met de implementatie van de technologie dan de ander.

Zo zei Michael Diamant dat hij vooral moeite had met het virtualiseren van Microsoft Exchange. “Sommige aspecten van het programma die wij benutten zijn niet te virtualiseren.” Daarnaast waren EDI-partners niet direct enthousiast toen hij aankondigde de programmatuur te virtualiseren. “Het heeft de nodige overtuigingskracht gekost”, zo legt hij uit.

“Sommige processen hebben wij niet kunnen virtualiseren”, vertelt Rence. “Ze zijn te log en verouderd om nog in aanmerking te komen. De investeringen zouden hiervoor te groot zijn.”

Ook Karcher ondervond tegenwerking. Zij wilde hulp van SAP om applicaties te virtualiseren, maar kreeg die niet totdat ze kon bewijzen dat de programma’s gevirtualiseerd nog steeds dezelfde functionaliteit konden bieden. “Sommige partners vragen ons applicaties van de virtuele server af te halen bij problemen”, zo legt ze uit. “We doen het dan wel, maar alleen om te laten zien dat het probleem ook blijft bestaan op een fysieke server. Alle SAP-landschappen zijn inmiddels gevirtualiseerd. Naar mijn mening is de software tegenwoordig volwassen genoeg.”

In de modder

Eunice wilde als discussieleider vooral benadrukken dat de drie professionals echt met de laarzen in de modder staan. “Het zijn geen aspiraties”, zo benadrukte hij middenin de discussie. “Deze mensen doen het ook echt. Maar ze willen nog meer doen, nog beter.”

Alle panelleden waren verder op de hoogte van de zogenaamde ‘cowboy-activiteit’, die ontstaat wanneer virtuele machines te pas en te onpas worden ingeschakeld. “Virtuele machines zijn een soort van snoep”, vertelde Rence. “Wanneer sommige mensen virtuele machines willen hebben, dan zijn ze echt overal te vinden, en anderen hebben er weer een hekel aan. Wij lossen problemen op met vSphere 4.0, een cloud-besturingssysteem dat ons meer beheermogelijkheden geeft. We kunnen daarmee virtuele machines als kapitaal behandelen, ook al gaat het om een virtualisatie.”

Volgens Michael Diamant is een ander groot voordeel het samenvoegen van verschillende besturingssystemen. ”Vroeger was er een traditionele scheidslijn tussen Linux, Unix en Windows-experts. Dankzij virtualisatie werken zij beter samen en draaien zij hun systemen allemaal in dezelfde omgeving.” Ook is hij blij met het gevirtualiseerde opslagvermogen van zijn serverpark, waardoor het aanmerkelijk minder tijd kost om van een crash te herstellen. “Bovendien heb ik door de implementatie van virtueel SAN ook helemaal geen last meer van een plat netwerk.” Karcher heeft die stap nog niet gemaakt: “Voor ons is dat nog een brug te ver, maar we zijn hard bezig te zorgen dat we straks de systemen in de lucht kunnen houden terwijl we patches toepassen.”

“Wel zijn we veel en veel flexibeler geworden dan vroeger. We hoeven geen losse servers meer bij te bestellen voor bepaalde taken. Ook de pieken in het netwerk hebben we eruit kunnen halen, omdat het netwerkgebruik beter te managen valt. Tegenwoordig ben ik niet meer bang voor overbelasting.”

Externe cloud

Alle bedrijven zijn bezig een eigen interne cloud verder uit te werken. Toch kijken de professionals ook naar mogelijkheden om deels infrastructuur uit te besteden aan cloudproviders zoals Microsoft, Amazon, IBM of HP. Rence: “We kijken ernaar uit. Maar de cloudproviders moeten zorgen voor beveiliging, datamanagement en manieren om data op te schonen. Ook de regelgeving moet in orde zijn”, zo zei hij. Diamant maakt zich vooral zorgen over dat laatste punt van de wet- en regelgeving. “Het is voor ons nog te vroeg om in de cloud te stappen”, zegt hij. “Onze data is er op dit moment nog te gevoelig voor. Een externe cloud zou niet comfortabel aanvoelen.”

Debbie Karcher heeft al een applicatie in de externe cloud lopen, namelijk de studentenmail, bij Microsoft. “Maar we hebben nog wel issues met het aanmeldingsprotocol en beveiliging”, zegt ze. Eigenlijk vindt ze ook dat ze met haar webportalen al een hele cloud opgezet heeft. “We moeten nog intern nagaan wat de cloud waarover anderen spreken voor ons zou betekenen.”

Bron: Infoworld.nl Bron: Techworld