Het wereldwijde netwerk staat nu nog bekend als de grote gelijkmaker: een datapakketje dat door Tante Truus het net wordt opgestuurd wordt niet onderscheiden van een IP-packet dat door IBM wordt verzonden. Als het dataverkeer ergens op de elektronische snelweg langs dezelfde `versmalling' moeten, lopen Tante Truus èn IBM in principe evenveel vertraging op. De techniek die is ontwikkeld door het Lawrence Berkely National Laboratory en het Argonne National Lab maakt aan die gelijkheid een einde: tegen betaling kan Tante Truus gebruik maken van een zogeheten `priority service', die haar datapakketjes eerder aflevert dan die van IBM. De betrokken onderzoekers gaven deze week in San Francisco een demonstratie. Ze verstuurden een videofilmpje twee keer over een drukke Internet-verbinding tussen Californië en Illinois. De ene kreeg een voorrangscode mee, de ander niet. De gecodeerde IP-film kwam op de computer in Illinois binnen met acht frames per seconde, codeloze film kroop met een beeldje per seconde van het netwerk. Het idee achter de `priority service' is niet nieuw, maar tot nu toe kon de techniek alleen worden toegepast op afgesloten netwerken. De vinding van de twee laboratoria maakt toepassing op het Internet mogelijk, die miljoenen computers aan elkaar knoopt. Op dit moment wordt de techniek gebruikt door 28 Amerikaanse onderzoekscentra. Om de `gemerkte' pakketten goed rond te sturen moet er wel speciale software op switches en routers worden geïnstalleerd. De technologie heeft één nadeel: langzamer dataverkeer voor de surfers die zich de `priority service' niet kunnen veroorloven.