Dat betoogde Microsoft-advocaat Richard Urowsky maandag op de eerste dag van het beroep in de antitrustzaak tegen het softwareconcern. Uit de hoorzitting viel op te maken dat de zeven rechters in het beroepshof kritisch zijn over de eerdere uitspraak van rechter Jackson. Dat voedt de geruchten dat het hof de bevolen splitsing van het concern niet zal overnemen. Het beroepshof zette vorige week op het laatste moment de gang van zaken na de vorige rechtszaak op de agenda. Aanleiding voor dit agendapunt waren kritische uitlatingen in de media van rechter Thomas Penfield Jackson, die onder meer Bill Gates 'Napoleontisch gedrag' verweet. Dinsdag, de tweede en laatste dag van de hoorzittingen, zal het hof zich daar specifiek op richten. Microsoft: concurrentie niet gehinderd
De eerste dag was meer een herhaling van zetten. Advocaten van de overheid, de aanklager in de zaak, en van Microsoft betoogden nog eens waarom het softwareconcern wel of niet schuldig is aan misbruik van haar machtspositie om concurrenten uit de markt te drukken. Daarbij richtte het beroepshof zich vooral op de ontwikkelingen rond Netscape, dat door de overheid steeds als hét bewijs van haar gelijk is aangedragen. Zoals te verwachten viel, beargumenteerde Microsoft-advocaat Richard Urowsky dat er geen sprake is geweest van tegenwerking van de verspreiding van Navigator, de browser van Netscape. In 1998 had Netscape onbeperkte toegang tot de consument, met name via internet, aldus Urowsky. Volgens de advocaat zijn er van de browser dat jaar 160 miljoen kopieën verspreid, waarvan 60 miljoen werden gedownload. "Netscape kon haar software letterlijk aan elke pc-gebruiker ter wereld aanbieden", aldus Urowsky. De advocaten van de overheid trokken de cijfers van Microsoft in twijfel, aangezien er in 1998 nog maar honderd miljoen internetgebruikers waren. De kern van de aanklacht van de overheid tegen Microsoft is dat het concern haar dominante positie op de markt voor besturingssystemen heeft misbruikt door haar Internet Explorer-browser te koppelen aan Windows. Op die manier zou Microsoft ook dominantie in de browsermarkt hebben bewerkstelligd en de concurrentie, met name Netscape, uit de markt hebben gedrukt. Maar volgens Urowsky is de koppeling van Explorer aan Windows niet anticompetitief, omdat Netscape nog steeds vrijelijk verkrijgbaar is. Microsoft zou de twee puur hebben gekoppeld om de consument beter van dienst te zijn. 'Afdwingen koppeling ontoelaatbaar'
Volgens Jeffrey Minear, een advocaat van het ministerie van Justitie, blijkt uit interne documenten van Microsoft echter dat het softwareconcern Navigator als een bedreiging van haar dominantie in de markt voor besturingssystemen zag. Navigator zou taken die tot dan door Windows werden uitgevoerd over kunnen nemen. Ook het feit dat Microsoft pc-makers niet toestaat Windows zonder Explorer te leveren, is volgens Urowsky geen bewijs van anticompetitief gedrag. Microsoft zou de eis dat Windows 'ononderbroken opstart' hebben ingevoerd om haar copyright te beschermen. Volgens de advocaten van de overheid is dit dwingen van pc-producenten om Windows en Explorer gekoppeld te verkopen op nieuwe pc's, een cruciaal punt in de zaak. "Wij zijn niet tegen het combineren van programma's, maar tegen het afdwingen van die koppeling", aldus John Roberts. Het beroepshof vroeg zich af of monopolievorming niet inherent is aan sommige technologiemarkten. "Gaat deze zaak niet feitelijk over het ene monopolie dat het andere vervangt", zo vroeg rechter Harry Edwards zich af. Edwards toonde zich de meest kritische van de zeven rechters. Hij trok de feitelijkheid van enkele bevindingen van rechter Jackson in twijfel. "Sommige punten zijn conclusies, geen feiten." Toch lijkt het nog te vroeg voor Microsoft om te juichen. Een aantal rechters liet doorschemeren niet geneigd te zijn de eerdere uitspraak al te veel te herzien.

Eerdere relevante berichten:
Microsoft en tegenstanders vandaag weer in rechtszaal (26 februari 2001)
Amerikaanse overheid blijft bij eis opsplitsing Microsoft (15 januari 2001)
Rechter krijgt kritiek op uitspraken over Microsoft-zaak (12 januari 2001)
Rechter Jackson wilde Microsoft niet opsplitsen (30 oktober 2000)
Rechter Jackson beveelt tweedeling van Microsoft (07 juni 2000)