Jonathan Murray is benoemd tot 'national technology officer' (nto) en moet vanuit het Zwitserse Zurich het tij gaan keren. De functie van nto is nieuw in Europa en bestaat naast de verkooptaken uit een deel 'evangelisme'.

Volgens een woordvoerster van Microsoft wordt Murray verantwoordelijk voor het 'verbeteren van de relatie [van Microsoft, red] met de publieke sector in Europa'. De <i>chief technology officer</i> in Azië, Peter Moore, vervult al een soortgelijke rol, aldus de woordvoerster.

Dreiging

De opkomst van open-source in Europa vormt een bedreiging voor de softwarefabrikant, die zelf liever spreekt van een 'uitdaging'.

In mei besloot de Duitse stad München bijvoorbeeld Linux te installeren op 14.000 computers. Ook Amsterdam is geïnteresseerd in open-source en onderzoekt de mogelijkheden van open-source voor de gemeentelijke ict-infrastructuur.

Landelijk gezien pleit GroenLinks in Nederland al langer voor het gebruik van open-sourcesoftware bij de overheid. November vorig jaar opperde deze partij dat de overheid vanaf 2006 alleen nog maar contracten zou moeten afsluiten met leveranciers wiens software mag worden aangepast.

"Het is duidelijk dat Microsoft in de publieke sector een probleem heeft", concludeert Rob Helm, analist bij het onafhankelijke Amerikaanse onderzoeksbureau Directions on Microsoft.

"Ze moeten mensen ervan overtuigen dat het politiek correct is software te kopen van commerciële softwarefabrikanten. Het lijkt erop dat Murray dit gevecht in Europa moet aangaan. Het is een belangrijk deel in Microsofts strijd tegen open-source."