De rechtszaak was in augustus vorig jaar al aangespannen door diverse steden en enkele provincies. Zij beschuldigden Microsoft van oneerlijke concurrentiepraktijken en te hoge prijzen. Omdat dit volgens de klagers in strijd is met de Californische wetgeving, sleepten zij de softwaremaker voor de rechter om zo financieel te worden gecompenseerd. De rechter vindt echter dat overheidsinstanties geen rechtszaak kunnen starten over een wet die zij zelf in het leven hebben geroepen. De Amerikaanse districtsrechter Frederick Motz is daarom akkoord gegaan met een verzoek van Microsoft om de zaak te laten vallen. Microsoft is blij met de uitspraak. Wel heeft Motz de klagers toestemming gegeven een nieuwe gang naar de rechter te maken voor het antitrustdeel van hun oorspronkelijke aanklacht. De rechtszaak is vergelijkbaar met een eerdere rechtszaak namens de consumenten van Californië. In januari 2003 eindigde deze zaak met een schikking van 1,1 miljard dollar. Dit bedrag is uitgekeerd in de vorm van vouchers aan inwoners van Californië die tussen 1995 en 2001 Microsoft-producten hadden aangeschaft.