Met de nieuwe schikking begint de antitrustrechtszaak tegen Microsoft onderhand steeds meer op het verhaal over de tien kleine negertjes te lijken. Van de achttien Amerikaanse staten die rechter Thomas Penfield Jackson in juni 2000 nog zover kregen dat hij instemde met het opsplitsen van Microsoft, is er na de schikking tussen West Virginia en Microsoft nog maar eentje over: Massachusetts. Ook de federale Amerikaanse overheid, tijdens het presidentschap van Bill Clinton één van de drijvende krachten achter het proces, is inmiddels afgehaakt. Microsoft en West Virginia zijn overeengekomen dat de softwaremaker de advocaatkosten die West Virginia heeft gemaakt (300.000 dollar) zal betalen, zo meldt persbureau Associated Press. Bovendien stelt Microsoft voor 19,7 miljoen dollar aan waardebonnen ter beschikking voor de inwoners van de staat. Die geste is het gevolg van een aparte groepsrechtszaak (` class-action lawsuit') die namens de burgers van West Virginia tegen Microsoft was aangespannen. De openbaar aanklager van West Virginia is in zijn nopjes met het bereikte resultaat. "Ik ben blij dat we zo'n genereuze schikking voor de burgers van West Virginia hebben weten te bewerkstelligen."

Echte winnaar

De echte winnaar van de schikking is echter Microsoft. Twintig miljoen dollar is natuurlijk een hoop geld, maar dat bedrag valt in het niet bij de financiële averij die Microsoft zou oplopen als een rechter een voor de softwaremaker ongunstige uitspraak zou doen in de antitrustzaak. De geschiedenis van de antitrustzaak toont aan dat de financiële gevolgen enorm kunnen zijn. In 2000, het jaar dat rechter Jackson zijn voor Microsoft zo nadelige uitspraak deed, daalde de waarde van het aandeel Microsoft spectaculair. Tussen januari en mei daalde de marktkapitalisatie van de softwaremaker met 210 miljard dollar (ruwweg de helft van het bruto nationaal product van Nederland). Volgens economen kon zeker een kwart van deze waardedaling (60 miljard dollar) worden toegeschreven aan de rechtszaak die de overheid tegen Microsoft had aangespannen. Om een vergelijkbare, nieuwe waardedaling te voorkomen hoeft Microsoft nu alleen nog maar Massachusetts uit te kopen. Die staat lijkt vooralsnog echter niet van zins om zijn medewerking te verlenen. Een woordvoerder van de openbaar aanklager uit Massachusetts verklaart tegenover Associated Press dat door de schikking tussen West Virginia en Microsoft `niets veranderd is'.