Processoren met meer dan één kern zijn al een tijdje op de markt, maar de software die gebruik maakt van deze paralelle rekenkracht is nog schaars. Op dit moment zetten Intel en AMD al chips af met twee of vier cores erop, maar in de toekomst zouden dat er best 16 of 32 kunnen zijn. Er is op dit moment nog geen duidelijk programmeermodel waarmee programmeurs makkelijk al deze rekenkracht kunnen benutten.

Twee onderzoekslabs

Microsoft en Intel investeren hun geld in twee gloednieuwe Universal Parallel Computing Centers aan Universiteit van Californië in 'Berkeley' en aan de Universiteit van Illinois in Urbana-Champaign. In deze labs wordt onderzoek gedaan naar de toepassing van multicore processing in eenvoudige computers.

In het verleden hadden processors in PC's en Mac's één centrale kern waar het gros van alle berekeningen mee werd uitgevoerd. De laatste jaren hebben Intel en AMD ook cpu's op de markt gebracht met twee of vier kernen. Intel heeft dit jaar zelfs een chip gepland staan met zes kernen, en is bezig met een acht-core versie. Hiermee kunnen meerdere berekeningen naast elkaar worden uitgevoerd, zolang software ze ook daadwerkelijk die opdracht geeft.

Software loopt achter

Op dit moment gebruiken een hoop programma's die kracht nog niet. Er is ook nog geen duidelijk model waarbinnen deze kracht optimaal kan worden benut. Het onderzoek van Berkeley moet hier dus verandering in gaan brengen. Programmeren voor een multicore processoren moet net zo normaal gaan worden als het programmeren voor een chip met één core.

Behalve de twintig miljoen die Intel en Microsoft naar verwachting gaan investeren in de Computing Centers, steken de universiteiten steken zelf ook vijftien miljoen dollar in het project. Niet eerder was er zo'n groot onderzoek naar het zogenaamde 'parallel computing'.