Microsoft voegt een functionele programmeertaal toe aan Visual Studio. Het door Microsoft Research ontwikkelde FSharp wordt daarmee een nieuwe taal op het .NET platform, naast bekende talen als Managed C++, C# en Visual Basic. Dat zegt Soma Somasegar, vice-president van de Developer Division bij Microsoft.

Functionele programmeertalen zijn flexibeler dan objectgeoriënteerde talen maar vereisen wel een andere opbouw van het programmeerwerk. In een functionele programmeertaal is het minder makkelijk om de manier te definiëren waarop opeenvolgende acties moeten plaatsvinden. Het beschrijven wát er moet gebeuren is juist veel gemakkelijker.

FSharp of zoals Microsoft het schrijft, F#, wordt de eerste niet-objectgeoriënteerde programmeertaal van Microsoft sinds FoxPro. Volgens Somasegar zijn de voordelen om een dergelijke taal in Visual Studio te hebben echter groot. 'De soms erg wiskundige werkwijze van het functioneel programmeren, blijkt in de praktijk aantrekkelijk voor professionele ontwikkelaars in vooral de financiële, wetenschappelijke en technische sector.'

Ook wijst Somasegar in zijn weblog op de populariteit van functioneel programmeren op universiteiten. 'Veel technische faculteiten leren hun studenten werken met functionele programmeertalen. Microsoft biedt met de integratie van FSharp in Visual Studio, hen de mogelijkheid deze werkomgeving gedurende het hele lesprogramma te gebruiken.'