Tim Sneath, webstandaardenevangelist bij Microsoft heeft op zijn weblog flink uitgehaald naar de beslissing van Google om te stoppen met de ondersteuning van H.264 in Chrome. Hij heeft de blogpost waarin Chrome productmanager Mike Jazayeri de overstap aankondigt overgenomen en aangepast.

Esperanto

Daarbij veranderde hij WebM en enkele andere dingen uit het blog van Jazayeri die naar de videotechniek van Google verwijzen naar ‘Esperanto’. Een taal die werd ontwikkeld als politiek-neutrale, eenvoudig te leren taal. Hij stelt in zijn satirische blog dat de ‘President van de Verenigde Staten van Google’ heeft besloten dat Engels vanaf nu wordt ingeruild voor Esperanto.

Het Engels verwijst hier naar de meestgebruikte videocodec H.264 en Esperanto naar WebM. Behalve Esperanto blijft het ‘land Google’ ook Klingon (een taal uit Star Trek) ondersteunen. Die fictieve taal verwijst hier naar de andere open-source video codec die Google ondersteunt: Theora.

Videostandaard opdringen

Impliciet stelt Sneath in zijn blogpost dat Google een videostandaard die door niemand ondersteund wordt wil opdringen, terwijl het bedrijf mensen de standaard die ze willen gebruiken afneemt.

Sneath noemt de videoformaten niet bij naam, maar linkt iedere ‘taal’ wel naar de website van de verschillende videoformaten. Ook verwijst hij naar een nieuwsbericht op het weblog Techcrunch, waaruit duidelijk moet worden dat twee derde van de video’s op het web in H.264 gecodeerd is, terwijl een kwart nog altijd Flash VP6 is.

Overzicht zonder WebM

WebM komt in dat overzicht helemaal niet voor. Dat is ook niet zo gek, het nieuwsbericht komt namelijk uit mei van vorig jaar en het overzicht gaat niet verder dan het eerste kwartaal van 2010. Het open-source videoformaat van Google bestond toen nog niet. Althans, niet onder de naam WebM maar al wel als het gesloten VP8-formaat.

Google opende gisteren een nieuwe aanval in de codecoorlog die wordt uitgevochten tussen de grote internetbedrijven. In de volgende versie van Chrome is de gesloten H.264 codec verwijderd. De HTML5 video tag zal alleen nog maar werken met de open codecs Theora en het eigen WebM.

Vijf miljoen dollar per jaar

H.264 is op dit moment de meest gebruikte videocodering op internet. Het was één van de eerste videocodecs waarmee het mogelijk was om video in HD-kwaliteit relatief compact te maken. Daardoor werd het een industriestandaard. Hoewel H.264 veel gebruikt wordt, zit er ook een nadeel aan. De licentie om de codec te mogen gebruiken kost vijf miljoen dollar per jaar.