Een federale rechter heeft donderdag bepaald dat Microsoft zich 'buitensporig en roekeloos' heeft gedragen in haar zakenrelatie met Bristol. De toegekende schadevergoeding is de hoogste ooit in de staat Connecticut als het gaat om oneerlijke handelswijzen. In juli vorig jaar veroordeelde een jury Microsoft na een zes weken durend proces tot het betalen van een symbolische schadevergoeding van één dollar. De jury vond dat Microsoft oneerlijk had gehandeld volgens de regels van de lokale Unfair Trade Practices Act. De jury oordeelde dat Microsoft geen antitrustwetten had geschonden, terwijl het Bristol daar nu juist om ging. De federale rechter vindt nu, na bestudering van de zaak, dat de beslissing van de jury heroverwogen moet worden. Bristol heeft al aangekondigd dat het een nieuw proces wil beginnen. Microsoft was vorig jaar lyrisch over de uitspraak. Deze werd gezien als een bewijs voor het gelijk van het softwarebedrijf. Microsoft vond dat Bristol de rechtbank misbruikte als onderhandelingsplek voor betere licentieafspraken. Bristol stapte naar de rechter omdat Microsoft weigerde nog langer de broncode van Windows NT te leveren. Die code is van levensbelang voor Bristol omdat het de basis is van haar belangrijkste product: Wind/U. Microsoft gaat in beroep tegen de uitspraak van de federale rechter.