De antitrustdivisie van de EC heeft het schikkingsvoorstel van Microsoft voor een browserkeuzescherm geaccepteerd. De Commissie heeft in dit antitrustonderzoek verschillende antitrustzaken verenigd. De browserkwestie is nu concreet en bindend opgelost, ook naar tevredenheid van Microsoft-tegenstanders. Daarnaast doet Microsoft toezeggingen voor interoperabiliteit.

Interoperabiliteit

Hiermee zijn echter niet alle liggende antitrustkwesties van de baan. Bovendien zijn er nieuwe kwesties bijgekomen. De oorspronkelijke antitrustklachten zijn: de koppeling van browser Internet Explorer aan Windows, gebrekkige informatie over interoperabiliteit met Microsoft-producten en -protocollen. Laatstgenoemde is ooit begonnen op het gebied van de Windows Media Player, aangekaart door Real.

Het EC-onderzoek naar interoperabiliteit is echter veel breder, mede door een klacht ingediend door lobbygroep ECIS. Deze kwestie omvat ook de koppelingen tussen het op pc's dominante Windows, en Microsoft-applicaties daarop, en de inmiddels veelgebruikte Windows-servers, en Microsoft-software daarop.

Waakzaamheid

De EC laat onderaan de positieve bekendmaking van de schikking nog weten dat het Microsoft in de gaten blijft houden. Die waakzaamheid betreft niet alleen de effectiviteit van de browserschikking, maar vooral de kwestie van interoperabiliteit. De EC-antitrusttak maakt hierbij gewag van "nog lopende antitrustonderzoeken". Het verwijst daar naar de klacht van lobbygroep ECIS. Dat is een brede zaak over interoperabiliteit, die zowel Office en Windows omvat als serverproducten Sharepoint, Exchange en Windows Server, maar ook het .NET Framework.

De Free Software Foundation, die wel positief is over de browserschikking, stelt dat de interoperabiliteitstoezegging van Microsoft een loze belofte is. Dat delen van informatie is namelijk niet van toepassing voor ontwikkelaars van open source-programmatuur. Hier speelt ook het patentportfolio van Microsoft een rol. Het bedrijf staat gebruik toe, maar niet voor commerciële doeleinden. Daarvoor is dan bijvoorbeeld een betaalde licentie of patentenruil nodig.

Achter de rug

De Brusselse woordvoerder van Microsoft vertelt Webwereld echter dat er geen openstaande antitrustzaken meer zijn bij de EC. Jesse Verstraete van Microsoft stelt dat de boeken nu worden gesloten. Hij vertelt dat de EC genoegen neemt met de interoperabiliteitsbelofte van Microsoft en voegt daar aan toe dat de Commissie over die kwestie "nooit zelf een officiële klacht heeft neergelegd". De woordvoerder verwacht dat Eurocommissaris Kroes die zaak ergens in 2010 laat vallen. Dat onderzoek loopt dus nog wel.

Volgens Verstraete moet de EC elke klacht die wordt ingediend in behandeling nemen. Het bestaan van een onderzoek zou dus niets zeggen. Niet tot er een formele 'verklaring van bezwaar' is vanuit de antitrusttak van de EC, claimt de woordvoerder van Microsoft voor EC-zaken. Formeel is er dus geen sprake van antitrustzaken, maar van onderzoeken en informele onderzoeken.

OOXML-standaardisatie

Dezelfde verklaring heeft Verstraete voor de OOXML-kwestie die er begin vorig jaar bij is gekomen. De EC kijkt namelijk naar de gang van zaken rondom de standaardisatie van het oorspronkelijk door Microsoft ontwikkelde bestandsformaat OOXML. De diverse landencommissies die over standaarden gaan, zouden door Microsoft zijn voorzien van voorstanders.

"De Commissie heeft ons daarover vragen gesteld en die hebben we beantwoord." Hij stelt dat ook dit een afgesloten kwestie is.

De vermeende sturing van commissies heeft eerst standaardisatie van OOXML bij de Ecma opgeleverd. Die status heeft weer geleid tot versnelde standaardisatie bij de ISO (International Standards Organisation). OOXML is daarmee een officiële open standaard, net als ODF, en komt dus in aanmerking voor gebruik door overheden die openheid verplicht stellen.

Boetes

De interoperabiliteitskwestie betreft niet alleen het frustreren van concurrenten, maar ook het benadelen van consumenten. Het gaat hier om de aansluiting tussen Windows-pc's (clients, met bijbehorende applicaties) en servers (met serverapplicaties), middels Microsoft-eigen protocollen. Volgens de EC maken leveranciers van concurrerende serverproducten minder kans en betalen consumenten door het ontbreken van concurrentie dan kunstmatige hogere prijzen.

Dat heeft de antitrusttak van de EC begin 2007, dus vóór de browserklacht van Opera, al aangekaart. Vervolgens is begin 2008 een forse boete opgelegd. Deze kwestie stamt echter nog uit begin 2004. Microsoft en de EC hebben toen een overeenkomst gesloten waar Microsoft zich volgens de EC toch niet aan heeft gehouden.

Volgens Verstraete draait de 2004-kwestie om het koppelen van de Media Player aan Windows. Dat is beboet en daar is toen ook een remedie opgelegd: Windows is in de EU verkrijgbaar zonder die media-afspeelsoftware van Microsoft. Dit geldt ook voor de nieuwe versie Windows 7. "Die zaak is volledig afgesloten." De Media Player-loze uitvoering is niet bepaald populair gebleken, het kost ook hetzelfde als de reguliere Windows-uitvoering.