Microsoft heeft beloofd 12,3 miljoen dollar in waardebonnen te betalen aan een groep consumenten uit de Amerikaanse staat Montana die vonden dat het softwarebedrijf de antitrustwetten van de staat heeft overtreden. Dat meldt CNet. De consumenten uit Montana dreigden een zogeheten 'class action' rechtszaak (groepsrechtszaak) tegen Microsoft aan te spannen, omdat de softwaremaker dankzij zijn monopoliepositie een te hoge prijs kon vragen voor zijn software. De schikking ter waarde van 12,3 miljoen dollar steekt schril af bij de schikking die Microsoft in januari trof met consumenten in de staat Californië. Daar beloofde Microsoft maximaal 1,1 miljard dollar aan waardebonnen uit te keren. In Florida beloofde het softwarebedrijf 202 miljoen dollar. Met de consumenten uit diverse andere staten moet Microsoft nog een schikking treffen.

Antitrustproces

De Amerikaanse staten Massachusetts en West Virginia liggen ondertussen nog altijd op ramkoers met Microsoft. Zij nemen geen genoegen met de uitkomst van het antitrustproces dat de Amerikaanse overheid in 1996 tegen Microsoft aanspande. Rechter Colleen Kollar-Kotelly stemde in november 2002 in met de schikking die Microsoft en het Amerikaanse ministerie van Justitie een jaar eerder hadden bereikt. De schikking houdt onder meer in dat de softwaregigant pc-bouwers de mogelijkheid moet bieden om software van andere producenten als standaard in te stellen. "De uitspraak van Kollar-Kotelly zal de concurrentie niet herstellen", stellen Massachusetts en West Virginia in een document dat ze hebben ingediend bij het Beroepshof. De twee staten willen dat het Beroepshof hardere maatregelen oplegt aan Microsoft.

Europese Unie

Ook de Europese Commissie doet nog altijd onderzoek naar de monopoliepositie van Microsoft. Microsoft-topman Steve Ballmer heeft echter goede hoop op een voor Microsoft gunstige afloop. "We werken erg constructief samen met de EU en hopen op een voor beide partijen aanvaardbare uitkomst", aldus Ballmer tegenover persbureau Reuters. Hoe die uitkomst eruit moet zien, wilde Ballmer niet zeggen. "Ik leid het bedrijf, maar ik ben niet persoonlijk betrokken bij de onderhandelingen."