Dat zegt onder meer Richard McKenzie tegen Salon. McKenzie is auteur van `Trust on Trial: How the Microsoft Case is Reframing the Rules of Competition', een boek over de in 1998 begonnen antitrustzaak tegen het softwareconcern. Het federale beroepshof handhaafde donderdag het eerdere oordeel van rechter Thomas Penfield Jackson dat Microsoft zijn monopoliepositie op de markt voor besturingssysteem heeft misbruikt om concurrenten uit de markt te drukken. De door Jackson aanbevolen remedie, opsplitsing van het concern in twee bedrijven, werd echter geschrapt. "De bevestiging van misbruik van het monopolie is de voornaamste bedreiging voor Microsoft. Dit omdat het benadeelde concurrenten de mogelijkheid geeft zelf een rechtszaak tegen het concern te beginnen en een schadevergoeding te eisen", aldus McKenzie. "En die vergoeding zullen ze zeker willen, met als gevolg dat Microsoft zich voortdurend in de rechtbank bevindt." De uitspraak van het beroepshof werd zowel door Microsoft als door de aanklager, het Amerikaanse ministerie van Justitie, als een overwinning uitgelegd. Beide partijen krijgen dan ook op enkele punten gelijk. Voor Microsoft is erg belangrijk dat de dreiging van opsplitsing, in een bedrijf voor besturingssystemen en één voor overige applicaties zoals Office, van de baan is. Bovendien heeft het beroepshof slechts één van de drie hoofdpunten uit het vonnis van rechter Jackson overgenomen. Het hof is niet van mening dat Microsoft zijn monopolie op de markt voor besturingssystemen onrechtmatig heeft gebruikt om dominant te worden in de browsermarkt. En ook de claim dat het koppelen van Internet Explorer aan Windows 95 en 98 anticompetitief is, werd niet overgenomen. Het hof laat deze claim opnieuw onderzoeken. Microsoft zal verder het feit dat het rechter Jackson van de zaak af is gehaald als een grote overwinning beschouwen. Jackson lijkt zijn kruit verschoten te hebben met de kritische opmerkingen die hij in de media over Microsoft heeft gemaakt, nadat hij zijn vonnis had geveld. Door onder meer Bill Gates met Napoleon te vergelijken en de rest van het concern met een straatbende, heeft hij volgens het beroepshof de schijn gewekt partijdig te zijn. Overigens is het hof niet van mening dat in het vonnis van Jackson ook partijdigheid te merken is. Ook minister van Justitie John Ashcroft sprak van een `significante overwinning' voor zijn departement. "Het hof heeft unaniem bepaald dat Microsoft zich bij het handhaven van zijn dominante positie in de markt voor besturingssystemen onwettig heeft gedragen", aldus Ashcroft. Het hof heeft de zaak teruggestuurd naar een lagere rechtbank. Over het verdere verloop is nog voornamelijk onduidelijkheid. Beide partijen hebben de mogelijkheid tegen (onderdelen van) de uitspraak in beroep te gaan bij het Hooggerechtshof, maar het is nog niet bekend of zij daarvan gebruik zullen maken. Ook een schikking behoort nog tot de mogelijkheden. In zijn reactie op de uitspraak deed Microsoft-voorzitter Bill Gates al een uitnodiging daarvoor. Volgens Gates is het tijd om `om de tafel te gaan zitten en te kijken wat voor oplossing we kunnen vinden'. Een woordvoerder van het ministerie van Justitie wilde niet verder gaan dan de standaarduitspraak dat `we bereid te zijn aan een schikking te werken als we denken dat dat toekomstige overtredingen kan voorkomen'. Het aantreden van president Bush heeft de kansen op een schikking volgens analisten vergroot. Tijdens zijn verkiezingscampagne heeft Bush zich sceptisch uitgelaten over de antitrustzaak. De Bush-regering zou minder dan die van voorganger Clinton geneigd zijn het Microsoft lastig te maken.