Dat bleek dinsdag bij de behandeling van de Europese e-commercerichtlijn in de Tweede Kamer. In een eerder debat leek Donner wel voor strafrechtelijke handhaving van het spamverbod, maar daar kwam hij in een brief aan de Tweede Kamer later op terug. Het 'strafrechtelijk apparaat' zou volgens Donner kunnen bezwijken onder de meldingen over spam en dat zou uiteindelijk ten koste gaan van de veiligheid. Tijdens het debat dinsdag voelden Tweede-Kamerleden Martijn van Dam (PvdA) en Lousewies van der Laan (D66) Donner aan de tand over zijn plotselinge 'ommezwaai'. "Blijkbaar is de minister totaal van mening veranderd", aldus Van Dam.

Meldpunt

Volgens Van Dam kan de door Donner gevreesde 'stortvloed van aangiften' over spam eenvoudig voorkomen worden door een spammeldpunt in te stellen. Dit meldpunt zou moeten dienen als buffer tussen de consumenten en handhavers: het kan de klachten over spam verzamelen en bepalen welke zaken moeten worden overgedragen aan de OPTA of Justitie. Donner ziet daar weinig in. "Het probleem lossen wij niet op door een meldpunt in het leven te roepen. Dan raakt het meldpunt overspoeld en dan hebben wij nog niks aan de handhaving." Volgens de minister biedt de Telecomwet, waar de Tweede Kamer op dinsdag unaniem mee instemde, al voldoende bescherming tegen spam. In deze wet is vastgelegd dat het niet is toegestaan om ongevraagde commerciële e-mail (spam) te versturen naar consumenten, tenzij zij daar expliciet toestemming voor hebben gegeven (opt-in). De telecomwaakhond OPTA zal zorgen voor de naleving van dit spamverbod. "Als daar behoefte aan is, kan men bij de OPTA aangeven dat men spam ontvangt en de OPTA vragen om op te treden", aldus Donner. "De OPTA kan de bedrijven die zich niet aan het spamverbod houden boetes tot een bedrag van 450.000 euro opleggen." In strafrechtelijke naleving als 'stok achter de deur' ziet de minister niets.