Dat schrijft de minister aan de Tweede Kamer. Het Kamerlid Gerard Schouw (D66) heeft naar aanleiding van een eerder artikel van Webwereld over het leegplunderen van clouddata door de Amerikaanse overheid vragen gesteld aan de minister van Veiligheid en Justitie. Amerikaanse bedrijven worden, als de Amerikaanse overheid dat nodig acht, verplicht informatie van en over Nederlanders over te dragen. Die data staat op Europese servers en wordt gebruikt door cloudapplicaties.

Volgens minister Opstelten van Justitie geeft de Amerikaanse wetgeving de Amerikaanse overheid de ruimte om bedrijven te verplichten data die zij ergens ter wereld hebben opgeslagen, te overhandigen. Tenminste, als de bedrijven hun hoofdzetel hebben in de Verenigde Staten. “Daarbij kan ter bescherming van onderzoeksbelangen degene tot wie het bevel zich richt worden verboden daarover enige mededeling aan derden te doen", schrijft Opstelten

Minister weet niet hoe vaak het gebeurt

En dus moet de minister het antwoord schuldig blijven op Schouws vraag hoe vaak dat soort data-opvragingen gebeuren. Ook zegt hij dat hij het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) niet kan inschakelen om hiernaar onderzoek te doen. “Het CBP is een onafhankelijk toezichthouder die zijn eigen onderzoeksagenda vaststelt. Het is daarom niet aan mij te bepalen of zij hier onderzoek naar (zullen) doen."

Niettemin vindt Opstelten het te ver gaan om te stellen dat hierdoor het hele Europese stelsel voor de bescherming van persoonsgegevens wordt uitgeschakeld, zoals Schouw stelt. Omdat het een zaak betreft die alle Europese lidstaten op eenzelfde wijze treft, vindt Opstelten het geen zaak voor het ministerie om verder uit te zoeken. Hij zegt dat de Europese Commissie in overleg met de Amerikanen een oplossing moet vinden.