In een brief aan de Tweede Kamer schrijven de bewindslieden dat zij vanuit meerdere kanten signalen krijgen dat er nog steeds problemen zijn met het invoeren van de Studenten OV-chipkaart. Volgens hen ligt het probleem bij de vervoerders. Die zijn te algemeen ingericht terwijl de Studenten OV-Chipkaart juist specifieke eisen stelt.

Declaratie

Eurlings en Van Bijsterveldt reageren hiermee op de problemen bij de uitgifte van 17.500 OV-chipkaarten vorige week. Deze chipkaarten waren verkeerd geactiveerd waardoor de studenten deze niet konden gebruiken.

Volgens Eurlings was dit vooral nadelig voor de ruim 500 studenten die de kaart als vervanging van een defecte of vermiste kaart kregen. De andere studenten hadden namelijk nog geen reisrecht. In tegenstelling tot wat eerder gezegd is mogen zij de gemaakte reiskosten nu wel declareren. De OV-bedrijven moeten deze kosten dekken.

Foute invoer

De fout wordt door de overheid bij Trans Link Systems (TLS) gelegd. Dit bedrijf produceert de OV-chipkaart namens de OV-bedrijven. Het activeren van de kaarten ging mis door een verkeerde invoer bij TLS.

Inmiddels kunnen de studenten hun kaart wel activeren. De codes die op de kaarten geprogrammeerd stonden zijn inmiddels wel actief in het systeem. Als lapmiddel stuurde TLS de gedupeerde studenten vorige week al een brief waarmee zij tijdelijk gratis konden reizen.

Maat vol

Begin dit jaar waren er ook al aanhoudende problemen met de studenten OV-chipkaart, zodat minister Plasterk in eerste instantie weigerde de 'analoge' Ov-studentenkaart uit te faseren.

Maar de zaken zijn ruim een half jaar later nog steeds niet op orde.

Voor Bijsterveldt en Eurlings is de maat vol en wordt het tijd dat er extra hoge eisen worden gesteld aan het functioneren van de studenten OV-chip. Ook de communicatie tussen OV-bedrijven en studenten moet beter. "Wij constateren dat op dat vlak aanvullende maatregelen van het openbaar vervoer noodzakelijk zijn. We zullen daartoe op zeer korte termijn in overleg treden met de vervoerbedrijven", concluderen Eurlings en Bijsterveldt hun brief aan de Kamer.