Onder de schikking moet Microsoft waardebonnen geven aan honderdduizenden inwoners van de staat Californië die tussen 1995 en 2001 Microsoft-software hebben gekocht. De rechter moet de schikking, waarmee 1,1 miljard dollar is gemoeid, nog goedkeuren. Met de schikking komt een einde aan een in 1999 aangespannen `class action' rechtszaak (groepsrechtszaak). Volgens het advocatenkantoor dat de zaak begon, heeft Microsoft zijn monopoliepositie misbruikt door te hoge prijzen voor zijn software te vragen. Daarmee overtreedt het softwarebedrijf de antitrustwetgeving van Californië. Vergelijkbare klachten zijn in zestien andere Amerikaanse staten ingediend. De hoogte van de waardebonnen is afhankelijk van de software die de consumenten hebben gekocht. Ontvangers van de waardebonnen kunnen nieuwe soft- en hardware kopen (niet per se afkomstig van Microsoft). Het advocatenkantoor gaat proberen zoveel mogelijk consumenten te achterhalen die `slachtoffer' zijn geworden van de hoge Microsoft-prijzen. Van het geld dat niet wordt opgeëist, gaat namelijk eenderde weer terug naar Microsoft. Tweederde van het overgebleven bedrag gaat naar 4700 `arme' scholen uit de staat Californië. De scholen mogen het geld gebruiken voor nieuwe apparatuur of voor cursussen voor docenten. De helft van het bedrag dat de scholen krijgen, moeten ze besteden aan Microsoft-software.