In 2006 publiceerde onderzoeker Chris Anderson zijn theorie over de Long Tail. Daarin omschreef hij een model waarbij online producten minder afhankelijk werden van een korte hype-cyclus. In plaats konden boeken dankzij blogs en andere user generated content een grote fanschare vinden en onopgemerkt uitgroeien tot bestseller. Anderson baseerde zich in sterke mate op de verkopen van boeken op Amazon.com.

20/80-model

Anderson bood een alternatief voor het traditionele 80/20-model. Volgens dit model zorgt de populairste 20 procent van alle producten voor de winst, waarmee de kosten van de overige 80 procent wordt opgevangen. De long tail zou dit principe volgens Anderson moeten veranderen.

Bij muziek zou de lage kosten en de brede beschikbaarheid van uiteenlopende soorten muziekervoor zorgen dat de markt zich niet meer richt op hits, maar op grote hoeveelheden kleinere niches, omdat artiesten daar eenvoudiger een publiek zouden vinden.

Niets veranderd

Een nieuw onderzoek van Will Page, econoom bij de MCPS-PRS Alliance, wijst echter uit dat er nog weinig is veranderd. Muziek winkels en platenmaatschappijen moeten het nog altijd hebben van grote hits.

Uit het onderzoek blijkt dat een kleine verzameling van 52 duizend liedjes verantwoordelijk is voor 80 procent van de omzet. Voor albums is dit aantal nog bedroevender. Van de 1,23 miljoen beschikbare albums, werden volgens het onderzoek slechts 173 duizend verkocht. Dat betekent dat 85 procent van alle albums dit jaar geen één keer verkocht is.

Mensen wilden het geloven

Volgens Andrew Bud, die het onderzoek samen met Page uitvoerde, wilden mensen vooral graag geloven in de theorie van Anderson: "De statistische theorieën die zijn gebruik in dat verhaal waren plausibel en intelligent, maar ze blijken achteraf niet te kloppen. De feiten vertellen een ander verhaal. Voor het eerst weten we nu hoe het echte model van vraag en aanbod voor digitale muziek er uitziet."