Tot 1988 hadden alleen de Verenigde Staten toegang tot NSFnet, de voorloper van het huidige internet. Piet Beertema, nog altijd systeembeheerder bij het CWI, legde destijds contact met internetpionier Rick Adams. "Een gouden greep", beseft Beertema achteraf. Adams had veel connecties, onder meer met Defensie in de VS. Dit resulteerde uiteindelijk in een mailtje aan het Centrum voor Wiskune en Informatica (CWI) met de mededeling dat Nederland als eerste land buiten de VS toegang kreeg tot NSFnet. Vlak na het CWI werden ook andere academische en onderzoeksinstellingen in Nederland en Europa aangesloten. Commerciële bedrijven kregen pas veel later toegang. Particulieren moesten tot 1993 wachten. "In 1993 besloot Amerika het netwerk helemaal open te stellen, ook voor particulieren. Daarna ging het echt hard. We beseften echter niet welke gevolgen dit alles zou hebben." De systeembeheerder en het team – `ik was één van hen, meer niet' – hebben aan de wieg van internet in Nederland gestaan. Zo regelden zij via NSFnet de aanvragen voor de felbegeerde `internet connected status' en hield Beertema persoonlijk de uitgifte van .nl-domeinnamen bij. In 1996 kwam het keerpunt voor zowel het CWI als Beertema. Het CWI had zich in de jaren daarvoor ontwikkeld tot het belangrijkste Europese internetknooppunt, maar besloot deze taken toen af te stoten. Deze activiteit ging toen verder door het leven als Amsterdam Internet Exchange (AMS-IX), nog altijd een van de grootste internetknooppunten ter wereld. In 1996 besloot Beertema ook te stoppen met zijn `internetkindje', de uitgifte van domeinnamen. "Dat gebeuren kostte me bijna de kop. Ik zat op een gegeven moment met zevenhonderd registraties per maand. Allemaal met de hand controleren en invoeren. Ga er maar aanstaan." Helemaal loslaten deed Beertema echter niet. Met twee collega's richtte hij de SIDN op, waar hij nog jarenlang bestuurslid was. Lees ook het interview met Piet Beertema:
'Internet is gedebiliseerd'