De ITU heeft 154 landen in kaart gebracht wat betreft hun ict-ontwikkeling. Die meting is gedaan van 2002 tot en met 2007. Voor het rapport zijn nog cijfers van eind 2008 meegenomen. De telecomorganisatie heeft daarbij vooral gekeken naar toegang tot en gebruik van ict-middelen. Het gaat dan om vaste en mobiele telefonie, breedbandverbindingen en het aantal huishoudens met computers en internet-toegang.

Wat betreft toegang is er veel vooruitgang geboekt, maar het gebruik blijft volgens ITU wat achter. Het gaat dan met name om breedband, waarvoor in lang niet alle landen al veel diensten en dus gebruikers zijn. De ITU merkt op dat de landen met een lage ict-ontwikkelingsgraad vooral ontwikkelingslanden zijn, die überhaupt achterlopen qua welvaart en bruto nationaal inkomen.

Vierde plaats

Nederland bekleedt de vierde plaats in de ict-ontwikkelingsindex. De top drie bestaat uit Zweden, Zuid-Korea en Denemarken. Na Nederland volgen IJsland, Noorwegen, Luxemburg, Zwitserland, Finland en Groot-Brittannië.

De voorlopers zitten dan ook in Noord-Europa, met als uitzondering Zuid-Korea. De meeste van aanvoerders op de ITU-ranglijst bevinden zich ook in de top twintig van ict-economieën, dus gebruiken en produceren zelf ook veel ict-middelen. Snelle groeiers zitten vooral in Oost-Europa, maar ook landen als Ierland, Frankrijk, de Arabische Emiraten, Luxemburg en Japan.

Goedkoopst

De ITU heeft ook gekeken naar de kosten voor ict, specifiek voor vast en mobiel bellen, en voor (breedbandige) internet-toegang. Die kosten hebben namelijk een impact op het gebruik van ict-middelen en –diensten, en daarmee weer op het aanbod daarvan. Hiervoor zijn de prijzen van vorig jaar in de 150 onderzochte landen vergeleken.

Nederland staat op de zestiende plaats van goedkoopste landen voor ict-toegang. Aanvoerder is Singapore, gevolgd door de Verenigde Staten, Luxemburg, Denemarken en dan het Chinese Hong Kong.

De ict-kosten zijn daar slechts 0,4 tot 0,6 procent van het bruto maandinkomen. In Nederland ligt dit op zo’n 0,7 procent. Voor de top 25 is dat net minder dan 1 procent, maar voor de onderste 25 landen ligt dit op 40 tot wel 72 procent van het bruto maandinkomen. Ict is daar dus niet te betalen voor de gemiddelde burger.