Daarmee steekt Nederland met kop en schouders uit boven de andere 24 EU-lidstaten en het Europese gemiddelde (13 procent). Op de tweede plaats volgt Zweden waar 45 procent van de 65-plussers wel eens internet. De derde plaats is voor Denemarken (34 procent). Dit blijkt uit cijfers van Eurostat, het statistische bureau van de Europese Commissie.

Eurostat bekeek welke verschillen er zijn tussen het internetgebruik van bepaalde bevolkingsgroepen in de EU-lidstaten. Uit de cijfers blijkt onder meer dat studenten de meest actieve groep op internet is. Dat beeld is voor elk land hetzelfde. Hoeveel procent van de studenten vorig jaar online was, verschilt echter wel behoorlijk. Zo maken in IJsland alle studenten gebruik van het web. In Nederland is dat 90 procent. En in Griekenland is dit percentage het laagste (55 procent). Gemiddeld is dit in Europa 85 procent.

Ook constateren de onderzoekers dat meer werkende mensen dan niet-werkende mensen van internet gebruikmaken. In Nederland zegt 76 procent van de werklozen internet te gebruiken. Bij de werkende bevolking is dat 82 procent.

Gemiddeld genomen was 47 procent van alle Europeanen (werkend en niet-werkend) in het eerste kwartaal van vorig jaar wel eens online.

De cijfers zeggen overigens alleen iets over het eerste kwartaal van 2004 omdat het onderzoek door Eurostat in het tweede kwartaal van vorig jaar is uitgevoerd onder Europeanen tussen de 16 en 74 jaar.