Vooral de beperkingen vallen veel experts verkeerd. Dit bleek gisteren tijdens een discussie over Microsofts internetgebaseerde ontwikkelplatform op de Comdex-conferentie. De grootste klacht is dat .Net-applicaties alleen kunnen worden gehost op Windows-servers. Inmiddels doen ontwikkelaars verwoede pogingen het .Net Framework te dupliceren, maar dan voor gebruik met Linux- en Unix-servers. Eén van de voorbeelden hiervan is het Mono Project. Dit project wordt geleid door Ximian en wordt gesteund door verschillende open source voorstanders. Vooral de voorstanders van Java zijn fel tegen de strategie van Microsoft (waarbij Windows centraal staat), zegt Mark Herring, marketingdirecteur van Sun Microsystems Java en Webservices afdeling. "Met meerdere leveranciers kan de prijs omlaag", zo redeneert Herring. Tegenstanders vrezen dat Microsoft webservices eerst baseert op industriestandaarden, om deze vervolgens zodanig aan te passen dat compatibiliteit met niet-Windows systemen verloren gaat. Don Jones, analist bij BrainCore, meent echter dat tegenstanders te hard van stapel lopen. ".Net werkt alleen op Windows, maar draait daarnaast gewoon met andere platforms. De onderliggende standaarden kunnen gewoon met andere webservices communiceren. Het maakt dus niet uit of die andere webservices op Linux draaien", aldus de analist.