Amerika heeft vorig jaar na een ruim vijf jaar durend heftig publiek debat eindelijk een regeling voor netneutraliteit aangenomen en volgde daarmee Chili en Noorwegen. In Europa is recentelijk besloten om dat nog niet te doen, althans niet centraal via een richtlijn die de lidstaten daartoe zou verplichten (al lijkt de titel van het persbericht te suggereren dat men het wel wil; doe dat dan ook echt). Dat is een gemiste kans, aangezien netneutraliteit een cruciaal ontwerpprincipe is van het internet en er reeds voorbeelden zijn van schendingen, ook in Nederland, en ISP’s hun voornemens tot schending niet onder stoelen of banken steken.

De EU mikt vooralsnog alleen op transparantie en makkelijk switchen en laat een optie open voor lidstaten om minimumkwaliteitseisen te stellen. Een aardig begin, maar toch half werk. Een eenvoudige en noodzakelijke minimumkwaliteitseis in de vorm van netneutraliteit had reeds kunnen worden ingevuld om de Europese internetmarkt adequaat te harmoniseren, maar helaas is dat dus nog niet gebeurd.

Terwijl telco’s en hun economen er goed in zijn om netneutraliteit heel ingewikkeld te maken, zo goed dat men er kennelijk in is geslaagd om de Europese Commissie genoeg schrik aan te jagen dat zij zich er niet aan durft te branden, leek het mij aardig om juist eens te proberen zo Jip-en-Janneke mogelijk, zelfs begrijpelijk voor mensen zonder enig benul van internet en hoe dat werkt, uit te leggen wat netneutraliteit is en waarom uitzondering daarop alleen maar in heel beperkte gevallen toelaatbaar is.

Netneutraliteit ‘4 dummies’

De rol van een internetprovider in de informatiemaatschappij kan worden gezien als een digitale vrachtvervoerder. Op het internet bestaat alle informatie namelijk uit pakketjes met data die van A naar B moeten worden versleept.

Stel dat de offline wereld geen enkel elektronisch communicatiemiddel kende, dan zou iedere lange-afstandscommunicatie per (pakket)post moeten gebeuren. Stel dat er een netwerk van vrachtvervoerders zou zijn, ieder met een beperkt geografisch dekkingsgebied. De vrachtvervoerders hebben onderlinge overeenkomsten om post die naar een eindbestemming buiten het eigen gebied moet, binnen hun eigen gebied zo ver mogelijk richting eindbestemming te brengen en dan over te geven aan de volgende aangesloten vrachtvervoerder, net zo lang totdat de eindbestemming is bereikt. Iedere bewoner van deze wereld, kan er uit ongeveer twee tot zes vrachtvervoerders één kiezen die (voor een jaar lang) tegen betaling al zijn pakketjes zal vervoeren, die volgens het hierboven omschreven systeem tussen zijn huis en eindbestemmingen over de hele wereld zullen worden bezorgd.

‘Post’neutraliteit (ja, netneutraliteit dus) is het behandelen van alle pakketjes op basis van wie het eerst komt, wie het eerst maalt. Een uitzondering op ‘post’neutraliteit bestaat dan ook als de vrachtvervoerders de pakketjes niet meer op ‘fifo’-basis behandelen, maar bepaalde pakketjes prioriteren of zelfs weggooien op basis van hun eigen oordelen en voorkeuren wat betreft de verzender, de eindbestemming of het soort pakketje. Alle pakketjes zijn even zwaar en even groot, en dus even duur om te vervoeren, maar uit de vorm van het pakketje en het afzenders- en bestemmingsadres kan enigszins worden afgeleid of het bijvoorbeeld een liefdesbrief betreft of een reclamefolder.

Het zou kunnen zijn dat deze vrachtvervoerders nu eenmaal beperkte capaciteit hebben en het liefst zoveel mogelijk klanten zo goed mogelijk tevreden stellen door pakketjes te prioriteren op basis van hun inschatting van hoeveel haast deze zullen hebben en door klanten te helpen bij het weren van ongewenste reclamefolders en door ze te beschermen tegen grapjassen die pakketten met rotjes (virussen) versturen. Mits zij die inschatting goed maken, kan dat inderdaad erg nuttig zijn.

Maar zou het acceptabel zijn als de vrachtvervoerders pakketjes met liefdesbrieven weg zouden gooien uit morele overwegingen? Of sommige pakketjes vertraagd zouden gaan bezorgen, ook bij voldoende capaciteit? Of als ze pakketjes weg zouden gooien die misschien ongewenste reclame bevatten, maar waarvan dat niet met volledige zekerheid kan worden gezegd? Of als ze voor sommige pakketjes extra betaling zouden vragen, die voor een klant inhoudelijk erg belangrijk zijn maar voor de vervoerder geen cent extra kosten om te bezorgen? Of als een vrachtvervoerder post afkomstig van een bepaalde afzender alleen wil bezorgen op de eindbestemmingen die alleen hij kan bereiken als de afzender hem daarvoor betaalt, terwijl de eindbestemmingen die vrachtvervoerder ook al hebben betaald om alle aan hen geadresseerde pakketjes bezorgd te krijgen?

Prioriteren en weggooien van bepaalde pakketjes kan dus soms gerechtvaardigd kan zijn, maar is dat meestal niet.

En waar de Europese Commissie niet eenvoudig heeft gesteld dat het prioriteren of weggooien van pakketjes steeds een legitiem doel moet hebben en proportioneel moet zijn aan dat doel, omdat men kennelijk vertrouwt dat marktwerking er wel voor zorgt dat de vrachtvervoerders voldoende in het belang van de klanten handelen, denk ik: ‘oh is dat dezelfde marktwerking die ervoor zou zorgen dat telco’s fatsoenlijke helpdesks zouden hebben? En geen buitensporige roamingtarieven zouden hanteren?’ Hoewel meer marktwerking via transparantie en makkelijker overstappen een aardig begin is, is het dus toch zeer zeker half werk.

Ruimte voor verbetering

Gelukkig laat de Europese aanpak wel ruimte aan lidstaten om het halve werk toch af te maken en een robuuste regel te maken die het blokkeren en vertragen van legaal verkeer gewoon verbiedt, tenzij er een heel goede reden voor het vertragen of blokkeren is aan te geven, zoals het bestrijden van virussen of als bij hoge congestie een mailtje vertraagd moet worden om voorrang te geven aan bijvoorbeeld VoIP-verkeer. Ik zie het als een kans voor Nederland om behalve met het op één na grootste internetknooppunt ter wereld (AMS-IX) ook met netneutraliteit voorop te lopen.

Matthijs van Bergen is juridisch adviseur bij ICTRecht, gespecialiseerd in telecommunicatierecht en met name de bewaarplicht voor providers. Hij heeft ook veel kennis over grondrechtelijke kwesties op internet, zoals privacy en vrijheid van meningsuiting.