De ICANN stuurt domeinnaambeheerders rekeningen voor het beheer van regionale toevoegingen als .nl en .be. De Internet Corporation for Assigned Names and Number (ICANN) werd twee jaar geleden door de Amerikaanse overheid in het leven geroepen om toezicht te houden op de uitgifte en het onderhoud van webadressen. Daartoe behoren ook de regionale domeinennamen als .nl of .to. Voordat de ICANN ingesteld werd, kregen de regionale operators de diensten gratis aangeboden van de Amerikaanse overheid. "Wij voeren het beleid dat we geen rekeningen betalen aan instanties waar we niets mee hebben", zegt Eric Gullichsen tegen AP. Zijn bedrijf beheert het .to-domein van Tonga. In Nederland is de Stichting Internet Domeinregistratie (SIDN) verantwoordelijk voor de domeinregistraties. "Nederland behoort niet tot de groep die weigert te betalen aan de ICANN. De SIDN betaalt de rekening gewoon op tijd", reageert Hanneke Kroneman van de SIDN. ICANN is nu een zelfstandige instantie en draait dus ook voor de kosten op. En die kosten worden per jaar geraamd op vier miljoen dollar per jaar. Ingewijden wisten het AP te vertellen dat de ICANN op dit moment nog zo'n 1,35 miljoen dollar tegoed heeft van diverse regionale operators. De vraag is de ICANN nog op dit geld kan rekenen. Sommige regionale operators zijn niet erg happig op betalen. Liever kijken ze naar een alternatief. Peter Trush, voorzitter van de Internet Society of New Zealand: "Misschien gaan we wel in zee met iemand anders die de rootservice aan kan bieden." Een actie die kan leiden tot 'chaos'.