De Commerce Subcommittee van het Huis van Afgevaardigden (de Tweede Kamer van de USA) heeft haar goedkeurig gegeven aan wetsvoorstel H.R. 3783, beter bekend als de Child Online Protection Act. De wet in wording lijkt qua doel en strafmaat (maximaal een ton boete en zes maanden cel) als twee druppels water op de Communications Decency Act (CDA) die vorig jaar werd afgeschoten door het Hooggerechtshof – de hoogste rechterlijke instantie van de Verenigde Staten. De CDA was in zulke vage bewoordingen opgesteld dat het hof de wet in strijd vond met het recht op vrije meningsuiting. In de Communications Decency Act werd een verbod gesteld op alles wat als onzedelijk en onfatsoenlijk kon worden bestempeld, met name voor kinderen. In de nieuwe wet is deze omschrijving gewijzigd in `schadelijk voor minderjarigen'. De opvolger van de CDA is in andere opzichten wel iets soepeler. Zo geldt de wet voornamelijk voor het World Wide Web: wat Internet-gebruikers in e-mail en chatrooms uithalen mogen ze zelf weten. Ook sluit de Child Online Protection Act providers en telefoonmaatschappijen uit van verantwoordelijkheid voor `schadelijk' materiaal dat via hun netwerken wordt verspreid. De tegenstanders van de CDA hebben zich ook uitgesproken tegen het nieuwe wetsvoorstel, dat nog door het voltallige Huis van Afgevaardigden moet worden aanvaard en daarna met voorstellen van de Senaat tot één nieuwe censuurwet moet worden gesmeed. De critici vragen zich af hoe je bepaalt of iets schadelijk is en wijzen er ook op dat iets wat niet bestemd is voor een een kleuter van 5 mogelijk wel door de beugel kan voor een puber van 16. De Electric Frontier Foundation (EFF), een organisatie die ijvert voor vrijheid op het Internet, heeft er in een reactie fijntjes op gewezen dat het Starr-report over het seksschandaal van president Clinton nooit op het World Wide Web geplaatst had mogen worden als de Child Online Protection Act nu al van kracht was geweest.