Een jarenlang onderzoek, dat zich met name richtte op afspraken die Nintendo maakte met haar distributeurs, komt daarmee tot een eind. De Europese kartelpolitie heeft vastgesteld dat de Japanse consolebouwer zich schuldig heeft gemaakt aan het belemmeren van parallelle import, zoals die tussen de verschillende EU-landen wel is toegestaan. Op die manier zouden prijzen van consoles en games kunstmatig hoog zijn gehouden. Nintendo heeft van de Europese Commissie een boete van maar liefst 149 miljoen euro opgelegd gekregen. Het bedrijf accepteert de beschuldiging, maar zegt in een persbericht verrast te zijn over de hoogte van de boete. Naar eigen zeggen is voldoende met een boete rekening gehouden in de financiële begroting voor dit fiscale jaar. Toch vindt de consolebouwer het bedrag aan de hoge kant; het bedrijf heeft aangekondigd in hoger beroep te gaan.

Distributeurs ook schuldig

De boete van de Commissie is de op drie na grootste die de kartelpolitie in Europa ooit heeft uitgedeeld. EC-woordvoerster Amelia Torres legt uit: "Nintendo heeft samen met zeven van z'n belangrijkste Europese distributeurs de import tussen Europese markten tegengewerkt. De illegale praktijken deden zich voor tussen 1991 en 1998." Volgens Torres leidden de afspraken tussen distributeurs en consolebouwer tot aanzienlijke prijsverschillen. Zo zouden de prijzen van (niet nader genoemde) producten in 1996 in Groot-Brittannië zo'n 65 procent lager liggen dan die van dezelfde producten in Duitsland en Nederland, aldus de woordvoerster. "Daarmee werd door het kartel voorkomen dat miljoenen Europeanen Nintendo-games tegen de laagste prijzen konden kopen." De betrokken distributeurs zijn volgens Torres beboet voor een bedrag van in totaal 18,8 miljoen euro.