In januari 2008 klaagde de thuiswinkelbranche dat fabrikanten lagere prijzen hanteren voor winkels met een fysieke vestiging, dan voor webwinkels. Leveranciers zouden met de hogere prijzen voor webwinkels hun afnemers in de winkelstraat willen beschermen, maar dit zou neerkomen op illegale prijsafspraken en prijsdwang voor de webwinkels.

Maar na een herhaalde oproepen aan de branche om met concrete klachten en bewijs te komen, concludeert de NMa nu dat er onvoldoende aanwijzingen zijn voor deze zogenaamde verticale prijsbinding.

Openbaar getuigen

Veel webwinkeliers zouden bang zijn om niet-anoniem te getuigen. Leveranciers zouden hebben gedreigd om de levering van goederen te staken of vertragen, stelde brancheorganisatie Thuiswinkel.org medio vorig jaar.

Toch verbaast het de NMa dat de webwinkels de klachten niet hard hebben kunnen maken. "Zeker omdat internetwinkeliers veelvuldig hebben geklaagd over de oneerlijke concurrentie die hen wordt aangedaan en nu nadrukkelijk de kans hadden om documenten op te sturen die als bewijs kunnen dienen. Immers, zonder bewijs hebben wij geen zaak en starten wij geen onderzoek", aldus NMa-baas Pieter Kalbfleisch.

Gebrek aan bewijs

In totaal kreeg de NMa 131 'signalen', maar bij de meeste ontbraken cruciale documenten zoals contracten en correspondentie met leveranciers. En dus komt er geen formeel onderzoek. Wijnand Jongen, directeur van Thuiswinkel.org, was niet meteen bereikbaar voor commentaar op het NMa-besluit.