Dat blijkt uit een inventarisatie door Billboard van data van Nielsen SoundScan. Dat bedrijf verzamelt de verkoopcijfers in de Verenigde Staten en Canada. Billboard keek onder meer naar de verkoopcijfers van het Pink Floyd-album Dark Side of The Moon vóór en na de invoering van de variabele prijzen. De tracks op dat album kregen na de invoering van variabele prijzen allemaal een prijskaartje van 1,29 dollar.

In de zes weken na de introductie van de variabele prijzen lag de totale omzet van het Pink Floyd-album 12 procent hoger dan in de zes weken voor de introductie. Er werden 11 procent minder liedjes verkocht, maar dat werd ruimschoots gecompenseerd door de prijsstijging (29 cent duurder).

Minder volume, meer omzet

Om externe factoren zoals tv-exposure uit te vlakken, concentreerde Billboard zich op nummers van gearrviveerde artiesten die heel gelijkmatig verkopen, zoals Stevie Wonder en Billy Joel. De hogere prijzen voor liedjes bleken in alle gevallen voor hetzelfde effect te zorgen. In volume werd er minder verkocht, maar als geheel werd er een hogere omzet behaald. Gemiddeld genomen daalde het aantal verkopen van de duurdere liedjes met 21 procent, maar de prijsverhoging van 29 procent maakt dit meer dan goed.

In april begon Apple op verzoek van platenlabels met variabele prijzen, die de labels zelf mogen bepalen. De prijzen van nummers in de iTunes Store variëren tussen 69 en 99 cent of 1,29 dollar voor de duurste. In Nederland gelden dezelfde prijzen, maar dan in euro's. De prijs wordt bepaald naar de populariteit van liedjes. Daarvoor hanteerde Apple een vaste prijs van 99 eurocent voor elk liedje.