Kevin Murphy – een econoom aan de Universiteit van Chicago – mocht woensdag voor de tweede dag getuigen in de antitrustzaak tegen Microsoft. Murphu was door het softwarebedrijf opgeroepen. Eerder leverde hij al een 120 pagina's tellende schriftelijke getuigenis af. De voornaamste boodschap hiervan: de eisen van de negen staten tegen Microsoft zijn te streng. De advocaat van deze staten – Steven Kuney – ging echter nauwelijks inhoudelijk op de getuigenis in, maar legde met succes wat van de achtergrond van de econoom bloot. Wat blijkt: Murphy onderhoudt nauwe banden met Microsoft en geldt volgens Kuney dus niet als betrouwbare getuige. Murphy schreef volgens Kuney nooit iets over de software-industrie totdat zijn bedrijf (Chicago Partners) zo'n vier jaar geleden door Microsoft werd ingehuurd. Hierna begon de econoom ineens verhandelingen te schrijven over de software-industrie, zo stelt Kuney. Bovendien zijn deze verhandelingen op zijn minst gedeeltelijk door Microsoft gefinancierd, aldus de advocaat. Het is nog onduidelijk of rechter Colleen Kolar-Kotelly onder de indruk is van deze feiten. Door dit alles raakte de inmiddels bekende mening van Murphy ietwat ondergesneeuwd. Volgens de econoom bestaat er geen causaal verband tussen Microsofts vermeende illegale monopolie op het gebied van besturingssystemen en het afnemende marktaandeel midden jaren negentig van de Navigator-browser van Netscape, ooit marktleider.