Dit concludeert EPN, dat onderzoek deed naar het ICT-beleid binnen het onderwijs in de afgelopen twintig jaar. "De huidige beleidsinstrumenten die de overheid inzet om ICT in het onderwijs te bevorderen, schieten te kort", zegt Peter van der Wel, directeur van EPN. Van der Wel doelt op instrumenten zoals eindtermen, exameneisen, nascholing, de lerarenopleiding, de kwaliteitskaart en het schoolplan. "Deze middelen zijn wel geschikt voor het leren óver ICT, maar ze zijn minder geschikt voor het inzetten van ICT om beter en leuker onderwijs te maken." Volgens Van der Wel kan het onderwijs veel aantrekkelijker worden met het gebruik van ICT: met virtuele presentaties van bijvoorbeeld een atoom of geschiedkundige simulaties en doordat leerlingen in eigen tempo kunnen werken. Maar het onderwijs is nog niet ingericht op het gebruik van moderne technologie. Zo hebben leraren te weinig tijd om een les anders in te richten, is er niet genoeg lesmateriaal aanwezig en worden er te weinig ervaringen tussen scholen uitgewisseld. Maar een belangrijke factor is ook dat scholen zich richten naar de eindtermen zoals de onderwijsinspectie die toetst, en die zijn nog gebaseerd op het klassikale systeem. Ferry de Rijcke, coördinerend inspecteur van de Onderwijsinspectie, is het daar niet mee eens: "Die eindtermen zijn niet specifiek voor klassikaal onderwijs. Bovendien worden ze regelmatig aangepast. Dat ICT-gebruik binnen het onderwijs achterblijft ligt meer aan de didactische gewoonte die leraren hebben en het gebrek aan geschikt materiaal om mee te werken." Maar hij geeft wel toe dat het moeilijk is om de eindtermen te baseren op ICT-onderwijs als er weinig mee wordt gewerkt. Om meer ervaring op de doen met ICT binnen het onderwijs, heeft EPN op 8 juli het Platform Virtuele School opgericht. In dit platform werken vertegenwoordigers uit het onderwijs en het bedrijfsleven samen aan de totstandkoming van de school van de toekomst. Deze virtuele school gaat op grote schaal individueel onderwijs aanbieden met behulp van internet, dvd's, cd-roms, video's, webcams en complete digitale leeromgevingen. Het onderwijs zal weinig kosten zodat in principe iedereen overal en altijd toegang heeft tot het basisonderwijs en voortgezet onderwijs. Alle organisaties en personen kunnen deelnemen aan dit project. De activiteiten worden toegelicht op de website www.devirtueleschool.nl.