Dit is in het kort de boodschap van The Progress and Freedom Foundation (PFF), een Amerikaans nonprofit onderzoeksinstituut dat gelieerd is aan een aantal grote mediabedrijven, zoals AOL en Amazon. Uiteraard is een dergelijke uitkomst koren op de molen van dergelijke partijen, die immers weinig heil zien in overheidsinmenging op het gebied van privacy en pleiten voor zelfregulering. De PFF benadrukt dan ook dat er sprake is van een onafhankelijk, betrouwbaar onderzoek dat wat betreft methodiek vergelijkbaar zou zijn met die van de Federal Trade Commission. De handelswaakhond deed twee jaar geleden onderzoek naar online privacy. Sinds 2000 is er verbetering geboekt, stelt de PFF, dat naar de honderd populairste commerciële bestemmingen op het web keek. Twee jaar geleden verzamelde bijna iedere site (96 procent) nog persoonlijke informatie van zijn bezoekers. Dit percentage is inmiddels gedaald tot 84 procent. Op het gebied van cookies die door derde partijen (zoals DoubleClick) worden geplaatst, is er nog meer vooruitgang geboekt. In 2000 plaatste nog 78 procent van de sites dergelijke cookies, die het surfgedrag van de internetter in kaart brengen. Nu is dat nog maar 48 procent. Bovendien schenken bedrijven meer aandacht aan hun privacystatements, die een prominentere plek op de sites hebben gekregen en ook duidelijker zijn. Voor de rest gaat het echter nog niet zo hard. Zo hebben gebruikers vaak nog weinig mogelijkheden hun profiel aan te passen. Ook wordt de nieuwe privacy-standaard P3P in de praktijk nog nauwelijks gebruikt.

Yahoo

Vanaf deze week licht Yahoo overigens al zijn gebruikers in over zijn gewijzigde privacybeleid. Onder het nieuwe beleid is het onder bepaalde omstandigheden mogelijk voor de onderneming om de gegevens van zijn klanten aan derde partijen door te spelen. In deze gevallen moet er verdenking bestaan op illegale praktijken.