Voor ongeveer ieder onderzoeksveld is er een online titel waar academici hun werk kunnen publiceren: van het Journal of Happiness Studies tot het Archaeoastronomy and Ethnoastronomy News, schrijft The Guardian.

Wetenschappelijke Britney

Volgens Alex Bentley, als antropoloog verbonden aan de Durham University, leidt die wildgroei voornamelijk tot een overschot aan tekst, waardoor niemand meer tijd heeft om iets te lezen. "Hierdoor begint wetenschappelijk publiceren te lijken op een wedstrijd om de meeste hits te krijgen voor je blog of de Britney Spears van de wetenschap te worden", aldus Bentley.

Volgens Bentley zijn wetenschappers vanwege tijdgebrek vooral gericht op enkele bekende titels als Science en Nature. "Onderzoekers mijden kwalitatief hoog aangeschreven papieren tijdschriften, omdat hun bijdragen daar kritisch zullen worden behandeld, waarna ze minder invloed zullen hebben", meent Bentley.

H-index

Een tweede probleem dat Bentley signaleert is de overdreven aandacht voor cijfers, zoals het aantal keer dat een publicatie wordt aangehaald. Zo zien veel wetenschappers de H-index, de die de wetenschappelijke productie meet, als belangrijkste onderdeel op hun cv, zegt Bentley. Doordat zowel onderzoekers als wetenschappelijke tijdschriften aan deze publicatiewedloop meedoen, wordt het publiceren steeds meer een populariteitspoll. "Wetenschappers kiezen voor het snelle resultaat, waardoor het systeem vervuild raakt", aldus Bentley.

Dat online publiceren met deze verandering te maken heeft, blijkt uit een studie van de Amerikaanse socioloog James Evans. Hij ontdekte dat online auteurs weliswaar meer citeren, maar dat deze stukken afkomstig zijn van een kleinere groep tijdschriften en artikelen. Het wetenschappelijk onderzoek zal hierdoor meer beperkt en geïsoleerd worden, concludeerde Evans.

Prikkelende titels

Door online publiceren verandert ook de manier waarop onderzoekers stukken schrijven. Zij passen hun teksten aan om bovenaan te eindigen in de zoekmachines. Zo moeten sleutelwoorden vaak worden herhaald en moet onnodig verbloemend taalgebruik worden vermeden. Hierdoor kunnen teksten wel saaier worden om te lezen, bijvoorbeeld omdat prikkelende titels of beeldspraak worden weggelaten.

Volgens Bora Zivkovic van PLoS One is dit slechts een tijdelijke fase, omdat de grenzen tussen wetenschappelijk publiceren en de rest van internet zullen vervagen. Opvallende titels zijn dan weer nodig om de aandacht te trekken, terwijl de betere zoekmachine straks het artikel ook wel aan de hand van trefwoorden zal vinden. En: "Google houdt van blogs, dus als je onderzoek in een blog wordt vermeld, zal je werk aandacht trekken", voorspelt Zivkovic.