Na het debacle tijdens de Amerikaanse verkiezingen van 2000 heeft het Congres de Help America Vote-wet aangenomen, waardoor de staten zo'n 3 miljard dollar kregen te besteden aan elektronische stemmachines. Staten als Alaska, Californië, Florida, Iowa, Maryland, Tennessee en recentelijk New Mexico vervangen die moderne apparatuur nu alweer door papieren biljetten, zo meldt Ars Technica.

Stembriefjes

Ook Ohio lijkt hun voorbeeld te willen volgen, zodra deze staat een juridische strijd heeft uitgevochten met Premier Election Services, producent van stemmachines. Hoewel het nog lang zal duren voordat alle staten van stemapparaat weer terug naar papier zijn, zal het aandeel elektronische stemmers in november met acht procent dalen tot 36 procent, vergeleken met 2006. Dit jaar zullen meer stemmers stembriefjes gebruiken dan in 2000.

Critici waarschuwen al enige tijd dat stemmachines nog niet voldoende zijn ontwikkeld om in de praktijk te worden ingezet. Afgelopen maand bleek uit Frans onderzoek nog dat elektronische stemsystemen gevoeliger zijn voor fouten dan de traditionele papieren methode. In mei heeft de Nederlandse regering al besloten om alle stemcomputers te weren, vanwege afluistergevaar. Iets waarvoor Xs4all-oprichter Rop Gonggrijp al jarenlang waarschuwt.

Naar de sloop

In Florida, de staat waar in 2000 de soap rond de stembiljetten plaatsvond, zijn stemmachines massaal ingevoerd. Maar vorig jaar is daar al besloten om de falende machines te vervangen voor papieren biljetten, maar daarvoor moet diep in de buidel worden getast. Terugkeer naar papier zal tenminste 35 miljoen dollar kosten.

Een aanbod van producent Sequoia om de machines van 5000 dollar per stuk terug te kopen voor 1 dollar per stuk wees de staat vriendelijk van de hand. Nu gaan de apparaten naar een recyclebedrijf, dat ze wil doorverkopen of uit elkaar slopen voor de onderdelen.