Kabelbedrijven werken het oude monopolistenboek van KPN af, zo stelt Tele2. Kamerlid Atsma van het CDA merkt op dat “iedereen toch weet dat de kabeltarieven veel te hoog zijn.” Zowel CDA als VVD willen weten waarom OPTA een bepaalde rekenmethodiek hanteert. Met zoveel opwinding om ons heen, kan het geen kwaad om een stapje terug te doen. Waar gaat dit eigenlijk over?

De televisiemarkt ontwikkelt zich onstuimig de laatste jaren. Vanuit het niets heeft KPN met Digitenne ruim 830.000 klanten geworven, een marktaandeel van 12%. Tel daar de 800.000 satellietklanten bij en de 160.000 huishoudens die via IPTV televisie kijken, dan komen we op ongeveer twee miljoen gezinnen die op een ándere manier tv kijken dan via de kabel. Dat is zoʼn dertig procent van de kijkers en zoʼn vijftig procent van de digitale kijkers. Digitaal is daarbij het toverwoord: analoge televisie is hard op zijn retour en nadert het einde van zijn levensduur. Van een monopolie is in ieder geval geen sprake.

Vorig jaar besloot OPTA echter dat al dit concurrentiegeweld niet voldoende is. De kabelbedrijven zouden met hun analoge televisiepakket een voordeel hebben ten opzichte van leveranciers van digitale televisieproducten. Terwijl kabelbedrijven zich aan het beraden waren hoe zij op termijn hun analoge pakket konden uitfaseren om hun digitale dienstverlening verder te verbeteren, moesten Ziggo en UPC ineens hun kabel openstellen voor wederverkoop van het analoge televisiepakket. Dat betekent dat andere bedrijven, bijvoorbeeld Tele2, het pakket analoge zenders dat via de kabel verspreid wordt, onder éigen naam mogen verkopen aan consumenten. De Europese Commissie ging schoorvoetend akkoord met deze maatregel, maar riep OPTA wel op om dit zo kort mogelijk te laten duren.

Analoge wederverkoop op de kabel is uniek in de wereld en daarom uiterst complex om in te voeren. We zitten nu midden in dat proces. Onderdeel daarvan is de prijsvorming, en daar gaat nu de “ruzie” over. OPTA heeft een rekenmethodiek opgelegd aan de twee kabelbedrijven. Door een (door accountants afgetekende) invuloefening komen de kabelbedrijven uit op een bedrag van 11 à 12 euro dat wederverkopers zouden moeten betalen. Het is niet vreemd dat de geïnteresseerde bedrijven dit véél te hoog vinden. De vraag is natuurlijk: is het plan voor de wederverkoop eigenlijk wel een goed plan?

In ieder geval zit er een groot gat tussen het plan en de woorden van Michael Powell, de vorige voorzitter van de Amerikaanse OPTA: "There is no upside, in the long run, being dependent on your primary competitor for your key assets, or in relying on the government to protect or subsidize your service. Wherever and whenever possible build facilities. Only by controlling your own essential facilities do I believe you can differentiate your service. And, the more you possess your own assets, the less you need to look to the government for salvation." Met andere woorden: concurrentie tussen infrastructuren heeft altijd de voorkeur boven concurrentie tussen partijen op die infrastructuur.

Wederverkoop van het analoge pakket is uniek voor kabel, maar wederverkoop op zich is geen novum. OPTA legt al jaren wederverkoop aan KPN op voor de telefoonlijnen. Overigens heeft die toegang tot het KPN-netwerk nooit wezenlijk bijgedragen aan de concurrentie op de markt voor vaste telefonie. Die concurrentie komt namelijk vooral van bedrijven met een eigen infrastructuur: de kabelbedrijven. Een groot deel van de concurrenten via het KPN netwerk is inmiddels failliet, verkocht of staat te koop.

Maar de commotie van de afgelopen dagen over de berekeningswijze die OPTA aan kabelbedrijven voorlegt, hebben we niet eerder gehoord. Toch is de methode die OPTA aan kabelbedrijven oplegt dezelfde als die waaraan KPN is onderworpen. Het gekke is: bij KPN, dat toch een aantoonbaar minder modern netwerk heeft dan de kabelbedrijven, komt het bedrag zelfs ca 15% hóger uit dan kabelbedrijven nu vragen. Als daarover al geen zware woorden worden gesproken, en dat is niet gebeurd, dan zijn ze in de huidige discussie zeker niet op hun plaats.

Rob van Esch is directeur van NLkabel, de branchevereniging van kabelbedrijven