"Het is drie jaar geleden dat Microsoft Windows XP op de markt bracht en ik verwacht niet dat er binnen de komende drie jaar een opvolger zal komen. Dat is een groot window of opportunity. Linux is zelfs beter geschikt voor de desktop dan Windows XP", zei Linspire-ceo Michael Robertson vorig week op de Linux Desktop Summit in San Diego, zo schreef Webwereld.

De uitspraak over de drie jaar die de volgende Windows nog op zich zal laten wachten was ongetwijfeld grappig bedoeld, maar is een onmiskenbare leugen. De volgende versie van Windows (Longhorn) komt volgens Microsoft volgend jaar op de markt en Robertson heeft geen enkele reden om aan te nemen de softwareontwikkelaar van dat tijdschema zal afwijken.

Robertson ondermijnt op deze manier zijn geloofwaardigheid en onderstreept bovendien zijn reputatie van een op geld belust, opportunistisch zakenman. Het gewicht van de spreker neemt nog verder af wanneer we beseffen dat de ceo zijn uitlatingen deed op een conferentie waarvan hij zelf de sponsor was.

Robertson legt onbewust de achilleshiel van de open-sourcegemeenschap bloot: het is een samenleving waarin iedereen zich kan opwerpen als woordvoerder, goeroe of beschermheer.

Een schreeuwlelijk als Robertson is nog eenvoudig te ontmaskeren, maar nu open-source als fenomeen meer volwassen wordt, werpen zich meer prominenten op die met hun idealen de opkomst van open-source in de weg staan.

Toen Sun Microsystems vorige maand de broncode van zijn Solaris besturingsysteem openbaar maakte, kreeg Sun zware kritiek te verduren van de Free Software Foundation en enkele prominente figuren uit de open source beweging. Sun had namelijk gekozen voor een zijn eigen Common Development and Distribution Licence (CDDL) in plaats van de meer gebruikelijke general public licence (GPL). Ondermeer Linux valt onder de GPL. Sun zou hiermee de open source beweging willen fragmenteren, zo mopperde één activist.

Een irrelevant detail: CDDL wordt uitgesproken als cuddle, oftewel: knuffelen. Er valt wat af te lachen in de automatisering.

De CDDL heeft echter evengoed als de GPL het stempel van 'open-sourcelicentie' ontvangen. Toen ik Sun-ceo Scott McNealy onlangs vroeg wat hij van de hele controverse vond, slaakte hij een diepe zucht. "Het is een storm in een glas water. Ik snap niet waar het eigenlijk om gaan."

Zijn tweede man Jonathan Schwartz viel hem bij. De kritiek komt van ontwikkelaars "die vinden dat alles GPL moet zijn. De open-sourcegemeenschap is veel groter dan uitsluitend GPL", reageerde Suns chief operating officer (coo).

De kleine groep GPL-puristen die hun pijlen nu op Sun richten, behoren tot de open-sourcerevolutionairen van het eerste uur. Zij willen vasthouden aan de idealen van vroeger, toen open-source nog een wedstrijd was om beste software te ontwerpen en het allemaal om de eer ging. Voor hen zijn commercie en patenten vieze woorden. Maar daarbij gaan zij net als Roberston voorbij aan de realiteit.

Linux en open-source in het algemeen stelden weinig voor totdat IBM zich in 1999 achter het programma schaarde en moet zelfs nu nog altijd strijden tegen het vooroordeel dat gratis software niets kan zijn. Het besturingsysteem mag nog zoveel voordelen bieden aan stabiliteit en veiligheid, het aantal bedrijven dat overstapt van Windows op Linux blijft beperkt. De meeste bekeerlingen komen uit de Unix-wereld.

Linux is succesvol omdat zakelijke gebruikers hun dure hardware met Unix van Sun, HP of IBM willen vervangen voor goedkope apparatuur die gebruikt maakt van Intel-chips. De belangrijkste aantrekkingskracht zit hem in de kostenbesparingen van de hardware. De rest is mooi meegenomen.

Robertson kan nog zo hard roepen dat Linux beter is voor de desktop, gebruikers worden daar niet warm of koud van. Het is wapengekletter dat we van Microsoft gewend zijn, maar dat Linux niet siert. Iedereen weet wat het roepen heeft gedaan met het imago van de softwaregigant. Linux en open-source beginnen zich steeds meer tot hetzelfde niveau te verlagen.