Service-geörienteerde architecturen (Service Oriented Architecture, SOA) bieden een mogelijkheid om applicaties binnen een bedrijf te ontwikkelen en te onderhouden. Door dezelfde code voor meerdere applicaties in te zetten, moet SOA meer efficiëntie, flexibiliteit en over de breedte betere applicaties bieden.

SOAsaurus sterft uit

Maar volgens critici is de architectuur gehyped. Organisaties die zijn meegegaan in het grote SOA-verhaal hebben grootschalige projecten opgezet waarbij het hele ontwikkelingsproces werd aangepakt. Helaas konden veel van die projecten hun beloften niet waarmaken. SOA werd eerder dit jaar dood verklaard door analistenbureau Burton Group.

Deze SOA-terugslag heeft ruimte gemaakt voor een nieuwe aanpak, die is gericht op kleinschalige implementaties en daarmee grote kostenbesparingen. Open source SOA-platformen doen het hierin bijzonder goed. Ict-afdelingen kunnen daarmee goedkoop een proof-of-concept opzetten en hebben vervolgens genoeg aan een eenvoudige business case om het geheel in productie te nemen; de software is immers gratis te downloaden.

Verschillende open source-leveranciers spelen hier een rol, zoals Mulesoft, Apache (ServiceMix), Jboss, WSO2 en Sun Microsystems.

Bekende lacune: ondersteuning

Maar open source SOA lijdt wel aan een probleem die typisch is voor de open source-wereld. Grote bedrijven die professionele ondersteuning zoeken, hebben vaak moeite om eentje te vinden die het aan kan. De grote consultancybedrijven zijn dikwijls gericht op grootschalige SOA-implementaties gebaseerd op bedrijfseigen software, en partnerschappen met open source-leveranciers komen daarbij maar moeizaam van de grond.

Naast de beperkte ondersteuning moeten bedrijven die in open source SOA geïnteresseerd zijn rekening houden met een paar andere valkuilen, zo waarschuwt Mahau Ma, senior marketing director bij Mulesoft. Ontwikkelaars vinden het soms net iets té leuk om te spelen met de nieuwste en coolste tooltjes. Juist nu licentiekosten geen rol spelen, is het zaak om een platform te kiezen met een bewezen staat van dienst en om rekening te houden met de ondersteuningsmogelijkheden.

Guerrilla-tactiek

Het is ook verleidelijk om de verkooppraatjes van open source-leveranciers direct af te zetten tegenover die van propriëtaire leveranciers. Daar moet je volgens Ma voorzichtig mee zijn, omdat open source-leveranciers veel minder bedreven zijn in het houden van een commercieel praatje. Ook al zijn twee pakketten, bedrijfseigen en open source, nagenoeg identiek, toch delven open source-jongens door gebrek aan ervaring commercieel vaak het onderspit.

Ma stelt in plaats daarvan bedrijven voor om een soort guerrilla-tactiek toe te passen: download het pakket, installeer de SOA-middleware gewoon en test het uit. Als een open source-leverancier een verkooppraatje moet houden, dan wordt hij in feite gedwongen om zich te begeven op het terrein van de bedrijfseigen-leveranciers, waar grootschalige implementaties de boventoon voeren. Het is logisch dat als grote projecten verantwoordelijk zijn voor de eerste ondergang van SOA, dat kleine open source-projecten wel eens kunnen leiden tot een wederopstanding.