De eerste grote indicator is dat alle cloudproviders, allemaal essentiële bouwstenen openbaar maken die hun activiteiten blootleggen. Google krijgt terecht de eer om dit als eerste te doen met projecten als Kubernetes en TensorFlow, maar de anderen hebben dit voorbeeld gevolgd. Microsoft Azure heeft bijvoorbeeld Azure Functions uitgebracht, dat "het bestaande Azure applicatieplatform uitbreidt met de mogelijkheid om code te implementeren die wordt geactiveerd door events die zich voordoen in vrijwel alle Azure- of externe diensten en on-premise systemen".

Azure Functions is een belangrijke open source release, zo belangrijk dat CNCF-directeur Dan Kohn er in eerste instantie van uitging dat de Azure Functions "SDK open source is, maar ik denk niet dat de onderliggende functies dat zijn". Met andere woorden, Kohn nam aan dat de on-ramp naar Azure open source was, maar niet de code die een ontwikkelaar in staat zou stellen om serverless setup op bare metal te draaien. Die veronderstelling was echter verkeerd, en Kohn corrigeerde zichzelf: "Dit is open source en kan op elke omgeving (inclusief bare metal) worden uitgevoerd".

AWS heeft recentelijk Firecracker uitgebracht, een lichtgewicht, open source virtualisatietechnologie voor het uitvoeren van multi-tenant container workloads die voortkomen uit de serverless producten van AWS (Lambda en Fargate). In een schoolvoorbeeld van hoe open source verondersteld wordt te werken, werd Firecracker afgeleid van het, door Google gemaakte, crosvm, maar vervolgens werd een eigen upgrade in de vorm van Weave Ignite ontwikkeld, wat Firecracker veel gemakkelijker te beheren maakte.

Dit zijn slechts enkele voorbeelden van de interessante open-sourceprojecten die uit de publieke clouds komen. (Alibaba heeft onder andere zijn chiparchitectuur open source gemaakt.) Er moet nog wel wat gebeuren, maar het zijn goede indicaties dat open source een steeds grotere rol gaat spelen in het bedrijfsleven.

Steeds meer grote bedrijven doen mee

Misschien nog veelzeggender is het feit dat reguliere bedrijven ook steeds vaker het open source-pad bewandelen. Ruim tien jaar geleden verklaarde Red Hat-CEO Jim Whitehurst een open source-noodsituatie:

"Het overgrote deel van de software die vandaag de dag wordt geschreven, is geschreven in het bedrijfsleven en niet voor wederverkoop. En het overgrote deel daarvan wordt nooit daadwerkelijk gebruikt. De verspilling in de ontwikkeling van IT-software is buitengewoon. Om ervoor te zorgen dat open source waarde biedt aan al onze klanten over de hele wereld, moeten we onze klanten niet alleen zien en behandelen als gebruikers van open source-producten, maar ook echt betrekken bij open source en deelnemen aan de development community".

Sinds die verklaring is het beter geworden. Hoewel het waar blijft dat de meeste ondernemingen niet diep betrokken zijn bij de open source-development community, is dat aan het veranderen. In 2017 zei slechts 32,7% van de ontwikkelaars die reageerden op het onderzoek van Stack Overflow, dat zij een bijdrage leverden aan open source-projecten. In 2019 is dat aantal gestegen tot 65%:


De gegevens zijn enigszins problematisch, omdat de vragen die in die twee jaar werden gesteld anders waren; in 2017 werd niet gevraagd hoe vaak ontwikkelaars bijdragen, zoals Lawrence Hecht heeft benadrukt. De meeste ontwikkelaars die een bijdrage leveren aan open source doen dat episodisch, en minder dan één keer per maand.

Toch is het niet moeilijk te geloven dat hoe meer bedrijven het serieus nemen om softwarebedrijven te worden, hoe meer ze hun ontwikkelaars zullen aanmoedigen om zich in te laten met de open-source community's waar ze van afhankelijk zijn. Op bedrijfsniveau lijkt een dergelijke betrokkenheid misschien gemakkelijker voor jonge bedrijven zoals Lyft.

"Maar natuurlijk doen de nieuwelingen dat", zou je kunnen denken.

Dat is niet helemaal waar, oudere ondernemingen zoals Home Depot host code op GitHub, terwijl financiële dienstverleners zoals Capital One nog verder gaan en open-source-evenementen sponsoren om de gemeenschap rond hun groeiende projecten te helpen bevorderen. Een nog mooier voorbeeld is misschien wel de Los Angeles Department of Transportation die de Open Mobility Foundation opzette met open source software ontworpen om te helpen bij het beheer van de scooters, fietsen, drones, rideshare en autonome voertuigen.

Dus, nogmaals, niet iedereen doet het, nog niet. Maar er zijn veel meer organisaties betrokken bij open source dan in 2008, toen Whitehurst pleitte voor een grotere betrokkenheid van het bedrijfsleven. Zo'n betrokkenheid gebeurt zowel op elite-niveau (publieke clouds) als op mainstream-manieren en luidt een gouden tijdperk van open source in.