OpenID laat internetgebruikers met één enkel inlognaam en wachtwoord inloggen op meerdere websites en online diensten. Gebruikers hoeven dan niet langer tientallen namen en wachtwoorden te onthouden.

De standaard kent momenteel zo'n 8.000 aangesloten websites. De verwachting is dat de huidige groei van 5 procent per week verder zal toenemen als gevolg van de nieuwe versie 2.0.

OpenID is eigenlijk een unieke, persoonsgebonden url die dienst doet als digitale identiteit. Dat internetadres kan bijvoorbeeld van een eigen website zijn, maar ook geregistreerd worden bij een OpenID provider. Op websites die OpenID ondersteunen kan de gebruiker volstaan met het invoeren van zijn unieke adres.

Pijn en moeite

Volgens de ontwikkelaars van OpenID had het heel wat voeten in aarde om de nieuwe versie te ontwikkelen. Nu dit eindelijk gelukt is wordt het makkelijker voor grote bedrijven zoals Yahoo en Microsoft om dit systeem te gaan gebruiken. AOL en Orange maken hier al gebruik van.

Blogger, het blogplatform van Google, gebruikt OpenID sinds vorige week. Zo hoeft iedereen die een OpenID heeft geen Blogger account meer aan te maken om reacties te kunnen plaatsen onder blog postings.

Ook Leopard, het nieuwe besturingssysteem van Apple heeft standaard OpenID in de kern gebouwd. Apple wil daarmee de ontwikkeling van het open source web applicatie raamwerk Ruby on Rails makkelijker en toegankelijker maken voor Mac gebruikers. Dit moet helpen om de Mac hét platform voor webontwikkelaars te maken.

Kritiek

Het systeem is makkelijk voor de gebruikers, maar critici wijzen erop dat het ook een doelwit kan vormen voor phishers. Door zich voor te doen als OpenID provider kunnen die gebruikers inloggegevens ontfutselen, en daarmee inloggen op alle OpenID sites.