Voorafgaand aan het debat in de Tweede Kamer over het regeringsvoorstel (alléén pdf) voor het Actieplan Open Standaarden, heeft het OpenStreetMap-project in een brief aan Staatssecretaris Heemskerk en de voorzitter van de vaste kamercommissie gevraagd om ook data te gaan delen.

Het OpenStreetMap-project maakt digitale kaarten onder een open licentie. Gebruikers zouden die dan zonder kosten kunnen toepassen in GPS navigatieapparatuur of online applicaties. De gegevens worden verzameld door vrijwilligers en zijn gebaseerd op donaties van ondermeer kaartenmaker AND.

Lokale Nederlandse overheden verkopen nu dikwijls informatie over bijvoorbeeld wandelpaden aan bedrijven als Tele Atlas en Navteq, de twee grootste aanbieders van digitale kaarten. Het project kan die kosten echter niet opbrengen.

First mover

Volgens de makers geeft de vrije data Nederlandse bedrijven een voorsprong op commerciele aanbieders. Dit "first mover-effect" zorgt er volgens de vrijwilligers in het project voor dat iedereen toegang tot de gegevens heeft en er meer innovatie zou plaatsen. Dat zou dan leiden tot het sneller halen van de doelen van het Actieplan Open Standaarden.

OpenStreetMap schreef vooruitlopend op het debat van 12 december een rapport 'Voorop lopen door Vrije Data'((alléén pdf) in de hoop dat er een onderzoek naar het delen van overheidsdata wordt gestart.

Data krijgen

Voor het OpenStreetMap-project is inmiddels wel duidelijk wat het voordeel van het krijgen van gegevens is. Met het krijgen van meer gegevens van gemeenten hoopt het project een verdiepingsslag te maken omdat het data toevoegt die nu nog niet is gedocumenteerd. Ook hoopt het project dat andere open-sourceprojecten hun voordeel kunnen doen met gegevens van de overheid.

Het debat vindt plaats op 12 december in de kamer en houdt de gemoederen flink bezig. Zo wees Microsoft hier op de gevaren die het bedrijf ziet voor zichzelf en andere ondernemers. De OpenDoc Society reageerde door te stellen dat het bedrijf kansen volop heeft als het ODF maar omhelst.