De uitspraak van het Canadese beroepshof is de tweede deze week waarin de muziekbranche het onderspit moet delven. Het hof erkent dat peer-to-peer diensten ervoor zorgen dat auteursrechten worden geschonden, maar stelde eveneens dat de privacyrechten van individuele gebruikers - voorlopig - zwaarder wegen. Tegelijk opent het hof evenwel de deur voor de muziekbranche om zijn juridische strijd te vervolgen, reden voor de branche om de uitspraak positief te interpreteren.

De zaak was aangespannen door de Canadian Recording Industry Association in een poging bij vijf providers de namen van 29 mensen los te krijgen die verdacht worden van het illegaal aanbieden van muziek via p2p-diensten. Net als in andere landen weigeren providers aan dergelijke verzoeken mee te werken.

In Duitsland bepaalde het Hoger Regionaal Hof van Hamburg eerder deze week ook al dat internetaanbieders niet verplicht zijn persoonlijke informatie van hun abonnees vrij te geven.

Dergelijke zaken worden ook in ons land nauwlettend gevolgd. In Nederland is Brein immers bezig met een soortgelijk traject. Op 16 juni dient in Utrecht een rechtszaak die de auteursrechtenorganisatie heeft aangespannen tegen vijf providers.

Brein wil van de providers de naw-gegevens hebben van 42 internetgebruikers die muziek hebben aangeboden. De internetaanbieders willen deze informatie niet afstaan, omdat ze de privacy van hun klanten willen beschermen.