Het College Bescherming Persoonsgegevens heeft onderzoek gedaan naar de naleving van de relatief nieuwe Wet politiegegevens (Wpg). Die per 1 januari 2008 in werking is getreden. In deze wet is opgenomen dat er binnen twee jaar een extern onderzoek moet worden gedaan naar de omgang met privacygevoelige gegevens binnen de betreffende organisatie. Geen van de 25 regionale en 7 bijzondere opsporingsdiensten heeft zich hieraan gehouden.

“Ze zijn daarmee in overtreding van de wet", zegt een woordvoerster van het CBP. Zij wijst erop dat per 1 januari 2010 die wetsovertreding bestaat. “Ze zijn dus ruim over die verplichte termijn heengegaan. We hebben vervolgens gezegd dat we onze handhavingbevoegdheid niet zullen inzetten tot 1 mei van dit jaar, maar het is nu alweer juli." De diensten hebben allemaal een brief gekregen met daarin de uitkomsten van het onderzoek.

Op het nippertje nog een audit

Inmiddels hebben twee diensten, de FIOD en het politiekorps Zeeland, een privacyaudit afgerond en de resultaten naar het CBP gestuurd. Daarmee handelen ze niet langer in strijd met de wet, zegt het CBP. De nieuwe Voedsel- en Warenautoriteit heeft onlangs nog een privacyaudit laten doen, maar toen was het definitieve rapport van bevindingen van het CBP al klaar. De bevindingen zijn per regiokorps en opsporingsdienst in te zien.

De privacywaakhond kan nu handhavend gaan optreden. Het rapport is intern naar de afdeling handhaving gegaan. Daar wordt bekeken op welke manier de korpsen zullen worden aangepakt. De instrumenten waarover het CBP beschikt, zijn redelijk beperkt. Overtreders kan een last onder dwangsom worden opgelegd, een soort van voorwaardelijke boete. De bevoegdheden van het CBP worden binnenkort uitgebreid, waardoor er meer maatregelen mogelijk zijn, maar dat geldt nog niet in dit geval.

De privacyaudit is nodig omdat de politie in de afgelopen jaren ruimere bevoegdheden heeft gekregen, maar daardoor ook waarborgen nodig zijn om misbruik van politiegegevens tegen te gaan, zegt de woordvoerster van het CBP.