Minister Opstelten reageert op de toekenning van een Big Brother-award aan de Belastingdienst en stelt dat een brede opvraging de privacy van burgers juist beschermt. Digitale burgerrechtenorganisatie Bits of Freedom reikte in augustus zijn twee Big Brother Awards uit aan ’s lands grootste privacyschenders: de Belastingdienst en minister Opstelten zelf.

Gegevens verwijderd

Volgens de minister van Veiligheid en Justitie is het opvragen van alle gegevens bij diverse particuliere parkeerinstanties, in plaats van enkel de gegevens van mensen die in beeld zijn bij de Belastingdienst, een goede zaak. “Als de Belastingdienst gericht kentekens zou uitvragen geeft de Belastingdienst aan anderen prijs dat deze kentekens fiscaal relevant zijn”, schrijft Opstelten in reactie op Kamervragen van D66.

Ook bestrijdt Opstelten het idee dat elke weggebruiker wordt gemonitord. Er zou zorgvuldig met de gegevens worden omgegaan en geen groot sleepnet worden uitgegooid. “Bij binnenkomst toetst de Belastingdienst de beelden op fiscale relevantie. De niet-fiscaal relevante gegevens worden zo snel mogelijk verwijderd”, aldus Opstelten. Ook wijst hij er nogmaals op dat de Belastingdienst dit soort opvragingen juridisch mag doen.

Geheimhoudingsplicht

“Er worden nu gegevens van hele grote groepen burgers binnengehaald”, vertelt Bits of Freedom-woordvoerder Ot van Daalen. “Dit argument van Opstelten weegt niet op tegen de privacyschending op grote schaal. Bovendien zou je dit juridisch kunnen afdekken, door de parkeerdiensten een geheimhoudingsplicht op te leggen.”

Van Daalen vergelijkt de algehele bevraging met het opvragen van alle e-mails van een provider, zodat de provider niet kan zien wie de verdachte is. “Ook doet dit verhaal niets af aan de reden waarom we de prijs voor hebben uitgereikt”, vertelt de Bits of Freedom-woordvoerder. “En dat gaat om het zorgen dat anderen gegevens verzamelen voor de Belastingdienst, die deze vervolgens witwast.”

Antwoorden kamervragen over de Big Brother Awards