"De inzet van dit soort middelen gebeurt altijd zorgvuldig", stelt minister Ivo Opstelten van Justitie en Veiligiheid. Hij antwoordt op vragen van diverse Kamerleden in het zojuist afgesloten Vragenuurtje van de Tweede Kamer. Daarin werd tegenover de minister ongerustheid en verontwaardiging geuit over het Amerikaanse aftappen van internetverkeer én de Nederlandse medewerking hieraan.

'AIVD werkt mee'

Die medewerking betreft het actief participeren aan het afluisterprogramma PRISM, dat eind vorige week is onthuld door een NSA-medewerker. Hij heeft zichzelf afgelopen weekend bewust ontmaskerd. De Nederlandse collaboratie is vanmorgen onthuld door een anonieme AIVD-bron in De Telegraaf. Die oud-agent zegt dat ook Nederlandse zonder tegengas meewerken aan PRISM-verzoeken.

Hierdoor zou de Nederlandse inlichtingendienst zonder moeite met enkel als aanknopingspunt een e-mailadres een dossier kunnen samenstellen. “Alle grote commerciële internetdiensten worden gedwongen een applicatie aan te leveren waarmee diensten onbeperkt kunnen grasduinen”, aldus de geciteerde oud-AIVD’er.

Opstelten: in wettelijk kader

Opstelten bezweert dat er in Nederland "wettelijke waarborgen voor privacy en de persoonlijke levenssfeer" en "heldere wettelijke kaders" zijn. Bovendien is er toezicht op het werk van de inlichtingendiensten, door een onafhankelijke commissie. Over die activiteiten "doen we geen mededelingen", antwoordt Opstelten. "Ook niet over de samenwerking met buitenlandse inlichtingendiensten".

De minister zegt dat het kabinet net zoals de Kamer deze kwestie nauwgezet volgt. Dat lijkt letterlijk te zijn; op vragen om Nederlandse actie, maatregelen of vragen aan de VS antwoordt Opstelten ontwijkend. Hij verwijst naar aanstaande donderdag wanneer Eurocommissaris Viviane Reding een bespreking heeft met de Amerikaanse regering.

Vuist maken naar VS?

D66-Kamerlid Gerard Schouw reageert: "Ik heb de indruk dat u er omheen draait. De Nederlandse burger wil op drie punten duidelijkheid." Ten eerst vraagt Schouw of Opstelten het eens is met uitspraken van minister Plasterk over de mogelijke privacyschending van Nederlandse burgers door Amerikaanse geheime diensten.

Ten tweede wil het D66-Kamerlid weten of Amerikaanse diensten "onbeperkt toegang hebben tot Nederlandse data". En ten derde vraagt hij of "de Nederlandse regering een vuist gaat maken om de Amerikanen ter verantwoording roepen". Minister Opstelten zegt dat Nederland dit aan Europa overlaat. "Commissaris Reding stelt de zaak aan de orde met de Amerikanen in het kader van G8-overleg, aanstaande donderdag."

'Te ingewikkeld voor ja of nee'

"En ook onze diensten werken langs de kaders die in de wet zijn vastgelegd. Dat geldt natuurlijk ook voor de buitenlandse diensten", herhaalt de minister van Justitie en Veiligheid. "We doen nooit mededelingen over activiteiten in de samenwerking met buitenlandse diensten." Opstelten zegt hier nog achteraan: "Het is niet ja of nee, daarvoor is het wat te ingewikkeld"

Schouw stelt dat hierdoor indruk van onbeperkt aftappen blijft. Hij verzoekt Opstelten om samen met minister Plasterk een brief op te stellen "om de Amerikanen duidelijk te maken wat de Nederlandse regels zijn". Opstelten zegt dit graag te doen, maar geeft daarbij nog een nuance. "Wij zullen een brief schrijven, die de inhoud krijgt die in ons vermogen ligt om aan de Kamer te melden."