Dat zei Chris Fonteijn,voorzitter van de toezichthouder Opta vanmorgen in zijn toespraak op het congres Telecom Time in het WTC in Rotterdam. "Glasvezel zou zo ongeveer het enige middel zijn om met breedband in de toekomst economische en maatschappelijk voordelen te behalen maar je ziet dat de supersnelle verbindingen vooral worden gebruikt om films, tv-series en muziek te downloaden en niet voor de veel beloofde nieuwe diensten", aldus Fonteijn.

Nieuwe diensten = vaporware

Hij vervolgt: "We moeten nog maar afwachten wat de consument straks echt meer kan doen met een glasvezelaansluiting dan nu met een breedband verbinding over de tv-kabel of koper. We moeten nog maar zien hoe het afloopt met de echt nieuwe diensten. Want het gaat erom wat de gebruiker eraan heeft en niet wat er wordt geroepen over de mogelijkheden die er eventueel ooit zullen ontstaan. We horen vooral over nieuwe producten die nog in de lucht hangen."

Hij vindt het dan ook onjuist dat politici in Den Haag, bij provincies en gemeenten zich hard maken voor de aanleg van glasvezelnetten: "Het lijkt wel of glas heilig verklaard is in Den Haag. Maar wat doe je ermee? Hoe realistisch zijn de projecties waar politici mee schermen?"

Snelle uitrol onnodig

De noodzaak om in een hoog tempo tot de aanleg van glasvezelnetten tot woningen te komen met politieke steun ziet Fonteijn niet zitten: "Ik geloof niet dat we in Nederland echt ellende gaan meemaken als we de komende drie of vier jaar consumenten niet massaal van glas zouden voorzien."

De Opta-baas vreest dat de politieke storm voor glasvezelnetten straks ook Brussel bereikt: "Glas is sexy. Iedereen moet het kennelijk hebben, en straks waarschijnlijk mevrouw Kroes ook in haar nieuwe rol. Maar ik vind dat de overheid de glasvezelnetten niet als fundamenteel maatschappelijke nutsdienst tot stand hoeft te brengen."

Het al dan niet tot stand komen van glasverbindingen tot aan woningen (FttH) vindt Fonteijn vooral een zaak voor de markt. Overheden moeten zich er hooguit mee bemoeien met faciliteren en stimuleren, dat wil zeggen in het bijeen brengen van partijen en het vlot verlenen van benodigde vergunningen.

Kabelaars blij

In de discussie na Fonteijns toespraak zegt Diederik Karsten, algemeen directeur van UPC, dat hij evenmin voorstander is van het faciliteren: "Met faciliteren denk ik toch al snel aan helpen en dat is gevaarlijk. Zo heb ik thuis wel eens gefaciliteerd bij het huiswerk. Daarop kreeg m'n kind eens een negen voor een werkstuk over Venetië en ik verwonderde me waarom dat geen tien was.

"Overheden doen er goed aan om nieuwe diensten aan te bieden, zoals voor de zorg, en hooguit de graafrechten goed te regelen voor de infrastructuren." Zijn collega Bernard Dijkhuizen, directeur van Ziggo, sluit zich aan: "Het is voldoende als de overheid de totstandkoming van diensten stimuleert. En dan moet ze met alle partijen praten, ook met ons."

Ingrijpen wel nodig

Dijkhuizen en Karsten zijn in hun nopjes met de uitingen van Opta-chef Fonteijn over het primaat voor marktwerking. Maar ze vinden Fonteijn nog wel tegenover zich bij de vraag of twee vaste infrastructuren voldoende zijn voor concurrentie, of dat ingrijpen in de markt toch noodzakelijk is. Volgens Dijkhuizen is er met drie krachtige mobiele aanbieders, twee vaste infrastructuren en de satelliet meer dan genoeg concurrentie in de telecommarkt.

Fonteijn gaat daar niet in mee. Zo verdedigt hij het opgelegde kabeltarief voor analoge tv-diensten en het toegangstarief voor glasvezel thuisaansluitingen. Tegen beide door Opta opgestelde wholesale-tarieven zijn bezwaren ingebracht. Volgens Eelco Blok, bestuurslid van KPN, is het weinig zinvol om met alle mogelijke middelen derden op de infrastructuur tegen te houden zoals de kabelaars doen: "Je kunt een mooi rendement maken met wholesale, zo blijkt al vele jaren uit de KPN-cijfers."

Dijkhuizen noemt vervolgens een bedrag van 13 euro per aansluiting waarbij Ziggo uit wederverkoop van de aansluiting een goed rendement zou kunnen behalen en niet de bijna 9 euro die de Opta nu heeft vastgesteld. Volgens Fonteijn zijn bescheiden tarieven voor toegang noodzakelijk voor innvoatie bij dienstenaanbieders zoals Tele2: "Dit soort partijen moet als een luis in de pels kunnen innoveren, dat is goed voor de markt."

Mobiel blijft achter

Tele2-directeur Henrik Ringmar beaamt dit volmondig: "Wij zijn marktleider met nieuwe diensten over VDSL, maar we hebben mijnheer Fonteijn hard nodig. Hij moet proberen om alle aanbieders in de markt scherp te houden."

Volgens Ringmar komt mobiel internet in Nederland niet goed van de grond door gebrekkige concurrentie tussen KPN, Vodafone en T-Mobile in de mobiele markt. Blok van KPN verzet zich: "Dat is mede een gevolg van de lage prijzen en hoge penetratie van vast breedband. Maar de combinatie van vast en mobiel aanbod en gebruik zal ook in de consumentenmarkt nog een geweldige vlucht gaan nemen. Net als in de zakelijk markt mobiel internet snel groeit vanwege behoeften als 'Het nieuwe werken'."

Zowel Karsten van UPC als Dijkhuizen van Ziggo zwijgen op de vraag wat ze met mobiel internet gaan doen. Karsten: "Het is niet eenvoudig om een goede ingangsstrategie te bedenken. Het is wel duidelijk dat we op achterstand staan."