OPTA heeft verrassend snel beslist dat het niet gehoor kan geven aan de oekaze van de Europese Commissie om het plafond voor afgifte- of terminatietarieven te verlagen. Want ook al wil OPTA dit zelf ook graag, het is gehouden aan een rechterlijk en gedetailleerd vonnis die een hoger plafond gebiedt.

Melkkoeien van operators

Het gaat om zogenaamde afgiftetarieven (ook wel termination rates of interconnectietarieven genoemd) die telecomproviders elkaar in rekening brengen voor het afhandelen van een gesprek. Dus als bijvoorbeeld een T-Mobile abonnee een KPN-klant belt, moet T-Mobile KPN hiervoor een afgiftebedrag betalen. Deze tarieven vormen daarmee de basis voor de tarieven die uiteindelijk aan de klant wordt gerekend.

Vanaf 1 augustus mogen Nederlandse telco's elkaar 2,4 cent voor mobiel en 0,72 cent voor het afhandelen van vaste telefoongesprekken in rekening brengen. Brussel eist een plafondplan voor interconnectie van 1,2 cent per minuut voor mobiele gesprekken en 0,45 cent voor vaste gesprekken.

Ruzie met Kroes

Eurocommissaris Kroes waarschuwde OPTA in februari en tikte het in juni op de vingers, maar OPTA blijft ongehoorzaam. Met een goede reden, want het vonnis van de rechtbank (het CBb, het college van beroep voor het bedrijfsleven) is dwingender dan de Brusselse oekaze, constateert de toezichthouder.

OPTA had juist in 2010 al zo'n laag plafond vastgesteld, maar het werd door de rechter teruggefloten, omdat het de verkeerde rekenmethode gebruikte en dus te laag uitkwam.

Rechter overruled Brussel

“Het belangrijkste in dit kader is echter naar het oordeel van het college dat het CBb in het dictum van de uitspraak het college een opdracht geeft om de tariefplafonds voor vaste gespreksafgifte- en interconnectiediensten op basis van de plus BULRIC-kostenmethode vast te stellen Het CBb stelt in haar uitspraak zelf de tariefplafonds voor mobiele gespreksafgifte vast op het niveau van plus BULRIC. Die opdracht en vaststelling door het CBb, de hoogste rechterlijke instantie, gaan voor op een bestuurlijke aanbeveling van de Commissie. Het college is daarom gehouden de opdracht van het CBb uit te voeren", aldus OPTA.

EC beraadt zich op verdere stappen

OPTA merkt fijntjes op dat de Europese Commissie helemaal niet is ingegaan op het vonnis van de Nederlandse rechter, die dus feitelijk de rekenmethode zoals voorgesteld door Brussel heeft afgeschoten.

De bal ligt nu weer bij Kroes. In het uiterste geval kan de EC een inbreukproces beginnen tegen de Nederlandse Staat, maar zover is het nog niet. “De Europese Commissie buigt zich nu over het OPTA-besluit om vast te stellen of het aan de verantwoordingsplicht voldoet", aldus de zegsvrouw van het directoraat van Kroes tegen Webwereld.