De komende drie jaar mogen telecomaanbieders elkaar maximaal 1 cent in rekening brengen voor het afhandelen van een mobiel gesprek, en 0,1 cent voor vaste gesprekken. Dat is het voornemen van OPTA, opgegaan in de Autoriteit Consument & Markt (ACM).

Het besluit is nog niet definitief, maar het standpunt van ACM is duidelijk: de operators moeten af van hun melkkoe, de afgiftetarieven. Deze tarieven (ook wel termination rates of interconnectietarieven genoemd) brengen telecomproviders elkaar in rekening voor het afhandelen van een gesprek. Dus als bijvoorbeeld een T-Mobile abonnee een KPN-klant belt, moet T-Mobile KPN hiervoor een afgiftebedrag betalen. Deze tarieven vormen daarmee de basis voor de tarieven die uiteindelijk aan de klant wordt gerekend. De huidige plafonds liggen op 2,4 cent voor mobiele gesprekken en 0,37 cent voor vast.

Ruzie met Kroes

Andere partijen kunnen nog reageren op het conceptbesluit en de verwachting is dat er ook bezwaar- en beroepsprocedures zullen volgen. Want de rekenmethode die ACM nu hanteert is namelijk eerder gebruikt, maar daar stak de rechter uiteindelijk een stokje voor.

Onder druk van de rechtbank moest het prijsplafond weer omhoog, wat vervolgens tegen het zere been van Brussel was. Eurocommissaris Neelie Kroes vond dat de interconnectietarieven daardoor twee keer te hoog waren. Ze waarschuwde OPTA in februari 2012 en tikte het in juni op de vingers, maar OPTA bleef bij de hoge plafonds, onder dwang van de rechter.

Toch weer omstreden methode

Waarom hanteert de ACM dan nu wel weer de omstreden rekenmethode? Omdat de marktomstandigheden zijn veranderd, vertelt de woordvoerster. Destijds was OPTA een van de eerste met de methode, en liep het voor de Europese troepen uit. Maar momenteel hanteren de meeste andere telecomwaakhonden in de EU deze methode.