Bedrijven mogen consumenten alleen benaderen als er sprake is van een klantrelatie. Onduidelijk is nog hoe dat valt te interpreteren, waar de grens ligt. "Wanneer ben je klant? Als je twee terug een auto hebt gekocht, mag de garage je nu nog benaderen? En als je twee jaar geleden hebt meegedaan aan een geld-terug-actie van een tandpastafabrikant?", vraagt woordvoerder Cynthia Heijne van de OPTA zich hardop af.

Perceptie van consument

Zij erkent dat het in wezen neerkomt op de perceptie van de consument. In welk geval die een klacht indient bij de OPTA. Het is in ieder geval niet gedefinieerd in de nieuwe telecomwet. Dat valt ook eigenlijk niet te doen, legt Heijne uit. "Misschien is er wel jurisprudentie over." Anders wordt die de komende tijd vast nog wel geschapen.

De OPTA moet en zal in beide bovenstaande voorbeelden actie ondernemen als daarover klachten binnenkomen. De telecomwaakhond heeft daarvoor nu een formele samenwerking opgezet met het Infofilter die het Bel-me-niet Register beheert.

Dat register is niet meer vrijblijvend. "Aanmelden van bedrijven is dus per 1 oktober verplicht. Zij moeten vóórdat ze consumenten telefonisch benaderen het Bel-me-niet Register nalopen", legt woordvoerder Cynthia Heijne van de OPTA uit. Bovendien moet dat elke 4 weken opnieuw worden gedaan. "De belbestanden hebben een beperkte houdbaarheid", bevestigt zij.

Databasetoegang

De OPTA kan na ontvangst van klachten, van consumenten die ondanks afmelding tóch zijn gebeld, daar actie op ondernemen. "Wij hebben daarvoor natuurlijk de beheerder van Infofilter nodig, om ontdubbeling te controleren."

Heijne vertelt dat de OPTA zelf direct toegang heeft tot de database van het Bel-me-niet Register. "Maar soms hebben we vragen." Voor de samenwerking is nu een formeel protocol opgesteld. Daarin staat onder meer de verplichting voor Stichting Infofilter om de OPTA binnen 1 dag respons te geven.