Dat KPN nu klaagt over de tarieven die het aan concurrenten mag doorberekenen, is daarom raar. Dat zei OPTA-voorzitter Jens Arnbak donderdag tijdens een hoorzitting over de nieuwe Telecommunicatiewet. De tarieven die de OPTA heeft vastgesteld voor KPN zijn de inzet van een oplopend conflict tussen de telecomwaakhond en Nederlands grootste telecombedrijf. KPN klaagt dat de tarieven die de OPTA oplegt te laag zijn. KPN zou daardoor belminuten onder de kostprijs aan de concurrentie moeten verkopen. Bovendien staat de kwaliteit van het vaste netwerk op het spel, stelt KPN. "Als wij de kwaliteitsnormen voor het vaste net willen laten vieren, is dat onze eigen zaak, zegt de OPTA", klaagde KPN-bestuursvoorzitter Scheepbouwer eerder tijdens de hoorzitting. "Daar wordt de klant de dupe van." Arnbak herhaalde het verweer dat de lagere tarieven nauwelijks van invloed zijn op de winstgevendheid van KPN. "Er dreigt geen direct gevaar voor KPN. Ik kan u garanderen dat de winstgevendheid van de nationale champion niet onbevredigend is."

50 procent

Ook op een ander punt sprak Arnbak Scheepbouwer tegen. Tijdens de presentatie van de halfjaarcijfers zei de KPN-topman dat de OPTA zou vinden dat KPN naar een marktaandeel van 50 procent moet. Volgens Arnbak is er sprake van een misverstand. "Een marktaandeel van 50 procent is niet het streven van de OPTA", aldus Arnbak. "Wat ik heb proberen aan te geven is juist dat de criteria die de OPTA hanteert voor dominante partijen in de markt milder worden. Maar kennelijk heb ik dat niet duidelijk uitgelegd." "Nu kunnen we de zwaarste maatregelen al treffen tegen een partij met 25 procent marktaandeel. In de nieuwe situatie is er pas sprake van een dominante positie bij een marktaandeel van 50 procent."