Oracle leverde in de periode 1998-2006 softwarelicenties en technische hulp aan overheidsinstanties. Volgens de aanklagers leefde het bedrijf het contract met de overheid niet naar behoren na.

Te weinig korting

De softwaregigant werd ervan verdacht met opzet te weinig korting te hebben gegeven aan afgenomen diensten van de Amerikaanse General Services Administration, een ondersteunde instantie van overheidsinstellingen.

Zakelijk klanten ontvingen officieel kortingen van 20 tot 40 procent. Maar in de praktijk bleken commerciële klanten veel hogere kortingen te ontvangen variërend van 70 tot 90 procent. De overheid zou daardoor miljoenen teveel hebben betaald. Volgens de aanklagers moest Oracle dezelfde kortingen toepassen die het bedrijf ook bij commerciële partijen berekende.

Te lang geleden, dus schikken

Oracle weigerde informatie over kortingen aan commerciële partijen te openbaren aan de overheid. De aanklagers beschuldigde het bedrijf daardoor van valse verklaringen over verkooppraktijken en verstrekte kortingen, waarbij waardevolle informatie zou zijn achtergehouden.

Hoewel Oracle de aantijgingen tot op heden ontkent, schikt het bedrijf de rechtszaak nu voor 199,5 miljoen dollar. Volgens Oracle betreft het een oud contract. Veel van de getuigen zijn niet meer te vinden zijn of kunnen de gebeurtenissen niet meer herinneren.

Klokkenluider krijgt 40 miljoen

De zaak kwam aan het licht toen klokkenluider Paul Frascella -toen werkzaam bij Oracle- melding maakte van de achtergehouden kortingen. Als dank daarvoor beloont de overheid de klokkenluider met 40 miljoen dollar, zo gaf Justitie aan in een verklaring.

Frascella bracht de zaak in mei 2007 voor de rechter. Justitie voegde zich vervolgens bij de rechtszaak, maar besloot later een eigen rechtszaak op te zetten.