Speciaal voor soho-omgevingen bieden heel wat merken kleine en snel inzetbare nat'en (network attached storage, netwerkopslagruimte) aan die één of twee harde schijven bevatten, beheerd kunnen worden via een webinterface en binnen de paar minuten gebruiksklaar zijn. Twee van dergelijke apparaten kwamen in ons testlab terecht: Iomega NAS 100d en Linksys EPG250, allebei met 250 GB opslagruimte.

Iomega NAS 100d

De Iomega NAS 100d is een klein rechthoekig kastje van nauwelijks 10 cm hoog, 12 cm breed en zo'n 20 cm diep. Het kastje bevat een 250 GB harde schijf, maar er is ook een basismodel van 160 GB. Qua netwerkaansluitingen is er Fast Ethernet voor bekabelde clients en een ingebouwd 802.11g AP voor draadloze clients van 11 en 54 Mbit/s.

Standaard staat deze nas ingesteld om alles en iedereen toe te laten en een ip-adres op te halen via dhcp. Helaas is er niets meegeleverd waarmee u de NAS in het netwerk kunt vinden zodat u de webinterface kunt oproepen. Als u kunt nagaan welk ip-adres uw dhcp-server de nas heeft toegewezen, kunt u natuurlijk wel rechtstreeks naar het uitgereikte ip-adres surfen, zoniet wordt het moeilijk. Er is wel een gedocumenteerd statisch nood-ip-adres voor als er geen dhcp-server in uw netwerk is.

Op de meegeleverde cd-rom vindt u een back-upprogramma en wat meer uitgebreide documentatie. Iomega hield de webinterface erg eenvoudig, bijna karig. In feite hoeft u het webbeheer alleen maar te gebruiken als u wijzigingen wenst aan te brengen in de standaardconfiguratie.

De NAS 100d heeft twee USB 2.0 poorten waarmee u nog twee externe harde schijven kunt aansluiten om uw opslagruimte uit te breiden.

De netwerkprestaties vallen helaas vrij slecht uit. Onze standaard fileservertest liet een gemiddelde gemeten werksnelheid van nog geen 10 Mbps via de fast ethernet-aansluiting zien en dat is behoorlijk droevig. Bovendien crashte de NAS 100d compleet toen we de belasting opschroefden. U bedient er dus best niet meer dan een vijftal netwerkclients mee.

Ook het draadloze netwerk van de NAS 100d blijkt niet erg performant: we maten een gemiddelde werkbandbreedte tijdens onze test van slechts 11,2 Mbps op een 54 Mbps netwerkaansluiting.

Linksys EFG250

Cisco-dochter Linksys heeft al geruime tijd een uitstekende reputatie op het gebied van goede en goedkope netwerkspullen voor SOHO-omgevingen en particulieren. De EFG250 is een desktop-nas met plaats voor één of twee harde schijven en met een netwerkaansluiting voor 10, 100 of 1000 Mbps. Er is geen draadloze verbinding voorzien, maar die kunt u in uw netwerk natuurlijk wel toevoegen met behulp van een los AP. Als u de meegeleverde voet gebruikt, krijgt u een torenmodel van bijna 30 cm hoog, zo'n 8 cm breed en bijna 24 cm diep.

Wij kregen één harde schijf van 250 GB los meegeleverd. De snelle-installatiegids legt niet uit hoe die in de behuizing gemonteerd moet worden, maar in de gebruikersgids staat het wel onder het hoofdstuk over het toevoegen van een tweede harde schijf.

Het systeem gebruikt gewone ide-schijven, maar die moeten wel in een speciale baai gemonteerd worden die dan op zijn beurt in de openingen van de kast kan schuiven. Zo is het ook eenvoudig om een schijf te vervangen als die stuk gaat. Hoewel er twee schijven mogelijk zijn, voorzag Linksys geen raid.

De netwerkconfiguratie is spotgemakkelijk. U plugt de EFG250 in uw netwerk en start daarna op een pc de meegeleverde cd-rom. Die laadt een configuratieprogramma dat de Linksys EFG250 in het netwerk vindt en u meteen het gewenste ip-adres en andere netwerkgegevens laat instellen.

De rest van het beheer kunt u dan via een webinterface doen. Veel stelt dat niet voor. Wel leuk om te weten: als uw netwerk geen dhcp-server heeft, kan de EPG250 instaan voor deze netwerkdienst.

De fileserverprestaties van de EPG250 lieten in onze test een gemiddelde serverwerksnelheid tijdens de test van bijna 18 Mbps zien. Dat is flink wat beter dan bij Iomega en vergelijkbaar met andere fast ethernet desktop-nas'en die we in het verleden getest hebben. U kunt echter nog sneller door hem een gigabitnetwerk te bieden. Bron: Techworld